Echo’s uit de Gnosis | Deel II Visioenen, Mysterieën en Ritualen
Door George R.S. Mead (1863-1933), samengesteld door en met introductie van Peter Huijs.
256 Pages | Uitgegeven in 2013 | Hardcover | Rozekruis Pers, Haarlem | ISBN: 9789067324267.
In het Alexandrië van de eerste eeuwen van onze jaartelling kon je net zo gemakkelijk hindoes en boeddhisten tegenkomen als Babylonische magiërs of de eigen Egyptische priesters van Isis en Amon-Ra. Dat zag je terug in de fameuze bibliotheek van die stad: zij bood een weerspiegeling van de zucht naar universeel weten, dat de gehele stad doorademde. Een aparte plaats daarbinnen namen de mysteriereligies in. Mithras, Arideus, Zoroaster en de Chaldeeuwse mysterieleer trokken duizenden geïnteresseerden en gelukzoekers, maar ook serieuze zoekers naar een hogere waarheid. Deze laatsten waren aangetrokken door het opschrift dat boven de toegang hing: de plaats voor de genezing van de ziel. Het is de verdienste van Georg Mead, als eerste modern gnosticus, dat hij in deel II van Echo’s uit de Gnosis de exotische and voor ons op het eerste gezicht verbijsterende mysterieleringen van die dagen weet te plaatsen in context van het Westers denken. Mead maakt duidelijk, dat wat veraf en vreemd lijkt en geschilderd werd in de bonte kleuren van die tijd, niettemin deel uitmaakt van het universele weten van de mens, de gnosis van het hart, die de verborgen werelden van de geest doorpeilt.
” Zoekt u God, u zoekt het schone. Er is één pad, dat er heen leidt: toewijding verenigd met Gnosis. Want de toegewijde ziel stijgt op naar de geest, die haar naar het licht van de Gnosis leidt. En zo’n ziel wordt nooit moe God’s lof te zingen en zegeningen uit te storten over alle mensen en in navolging van haar meester allen goed te doen in woord en daad. ” – Hermes Trismegistus.
Spinoza – Wijsgeer uit de Zeventiende Eeuw (Symposionreeks 2)
Door anonieme schrijvers, met een cover tekst door Drs. P. F. W. Huijs.
67 Pagina’s | Uitgegeven in 2001 | Softcover | Rozekruis Pers, Haarlem | ISBN: 9067322490.
In de Symposionreeks verschijnen de teksten van Symposia, die jaarlijks gehouden worden door het Lectorium Rosicrucianum, de Internationale School van het Gouden Rozenkruis, op het conferentieoord Renova, te Bilthoven.
Op vierentwintig-jarige leeftijd werd Baruch de Spinoza uit de Amsterdamse synagoge gezet en voor het leven vervloekt, omdat hij Godslasterlijk zou zijn. Het getuigt van een ongekende moed en onverschrokkenheid om op zo’n moment te kunnen zeggen: ‘Heel goed, het is niets anders dan wat ik zelf had willen doen, maar naliet om geen schandaal te veroorzaken’. Dezelfde onverschrokkenheid spreekt uit Spinoza’s onderzoek naar de menselijke rede. Op meetkundige wijze geeft hij vorm aan zijn filosofie; opgesplitst in definities, axioma’s, stellingen en bewijzen.
In zijn Verhandeling over de Verbetering van het Begrip, waarin hij zoekt naar ‘iets werkelijk goeds’, waarvan de ontdekking me in staat zou stellen tot een voortdurend, hoogst en oneindig geluk’ is er nergens iets te vinden over een verdriet om het loslaten van aardse zaken. Uitgangspunt van Spinoza’s filosofie is de volledige identiteit van God en de Natuur: het Ene, onpersoonlijk en ondeelbaar; een volstrekt Al. Hij zegt: ‘Al verandert het voorkomen van het heelal ook op oneindig veel wijzen, toch blijft het immer hetzelfde. ‘
Afkomstig van de backflap:
” . . . dat ik over God en de Natuur een mening koester geheel verschillend van die welke moderne christenen plegen te verdedigen. Mijn stelling is namelijk dat God de immanente zoals men zegt, en niet de transcendente oorzaak van alle dingen is. Alle dingen zijn in God en bewegen in God, zo verklaar ik met Paulus en wellicht ook met alle antieke filosofen, zij het dan misschien op een andere wijze. ” Uit: Brief 73; Den Haag, 1 december 1675 aan Henry Oldenburg, p. 399.
Updating…