TVN Home » Nieuwsbrief » Artikelen » Theosofie is altijd nieuw / C.Jinarajadasa

Theosofie is altijd nieuw / C.Jinarajadasa

1 maart 2014

C. Jinarajadasa (Sri Lanka 1875-India 1953) was de vierde president van de Theosophical Society (Adyar)
Opgeleid aan Cambridge University was hij een buitengewoon linguïst en hij hield voordrachten in meerdere Europese talen.
Zijn publikaties – een twintigtal – worden nog steeds herdrukt door de Theosophical Publishing House Adyar.

Een theosoof doet een enorme uitspraak wanneer hij stelt dat binnen de theosofie de uitleg te vinden is van alle mogelijke mysteries die gaan over: 1. De aard en de wegen van God; 2. De structuur van het universum en de processen van evolutie daarbinnen; en 3. De complexe samenstelling van de mens als lichaam, ziel en geest. Hoe ongelofelijk omvangrijk deze bewering ook mag zijn, niettemin hebben diegenen van ons die oude theosofen zijn voor onszelf bewezen dat, nadat wij bestudeerders werden van theosofie, alle drie factoren met betrekking tot het probleem van het leven, de mens, de natuur en God, niet alleen fascinerender geworden zijn, maar ook intiemer in onze gedachten, gevoelens en aspiraties.

Diegenen die werden aangetrokken tot theosofie werden lid van onze Society om één van verscheidene redenen. Sommigen werden aangetrokken door ons ideaal van Universele Broederschap en verlangden lid te worden van de kleine groep theosofen die werken voor Broederschap; sommigen vonden dat de idee van Reïncarnatie verdere studie waard was; sommigen steunden van harte de theosofische houding van religieuze tolerantie en eerbied voor alle religies; sommigen werden gefascineerd door de beweringen over de verborgen krachten in de mens.

Nu is theosofie niet een systeem van denken dat voltooid is. Er is geen theosofisch tekstboek waarover men kan zeggen: ‘hier staat alle theosofie in.’ Want theosofie is, juist door haar naam, de ‘Wijsheid van God’, een verklaring van de wetten van het universum. Maar de mensheid heeft tot nu toe nog niet alles ontdekt over het universum. Het universum is nog in ontwikkeling en tegelijk met haar toekomstige transformaties zullen nieuwe waarheden ontstaan. Sommige van die nieuwe waarheden kunnen onze oude kennis bijstellen; als in de toekomst enige nieuwe waarheid ontdekt wordt die een oude waarheid tegenspreekt, betekent dat alleen maar dat de oude waarheid niet een echte en definitieve waarheid was, maar alleen maar een tijdelijke, zij het nuttige hypothese.

Daarom zal het u opvallen dat onze theosofie van tegenwoordig niet definitief is. Zelfs de grote Adepten zullen nieuwe waarheden over het universum moeten ontdekken, in de loop van de miljoenen en miljarden jaren waarin ons universum activiteit vertoont, voordat zij begint aan haar Pralaya, of haar periodieke rust van actie.

Wij, die oude bestudeerders zijn, moeten ons niet verbeelden, omdat wij veel boeken gelezen hebben, veel studiebijeenkomsten hebben bijgewoond of zelfs als wij theosofische sprekers en schrijvers zijn, dat wij alles weten over theosofie. Als wij goed gestudeerd hebben, beseffen wij dat er ontelbare nieuwe aspecten van theosofie zijn die wachten op ontdekking door ons. Juist nieuwe ontdekkingen in theosofie maken theosofie zo intens fascinerend. Want hoe meer iemand studeert, hoe groter het probleem wordt van Waarheid; duizend nieuwe mysteries die gaan over God, de Mens en de Natuur openbaren zich voor onze ogen en wenken ons om ze te komen onderzoeken.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de manier waarop onze theosofische kennis gegroeid is. De eerste studie van de vroege theosofen was het onderzoeken van de realiteit achter Spiritisme; toen volgde de studie van de waarheden die India openbaarde in haar Veda’s en Oepanisjads. Hieruit vloeide voort de behoefte om de waarheden van Boeddhisme en Zoroastrianisme ook te begrijpen. Daarop volgde de activiteiten van Hindoe-, Boeddhistische en Zoroastriaanse theosofen om het stof der eeuwen weg te blazen van de oude waarheden van hun religies, met andere woorden, om bepaalde aloude leringen in ere te herstellen die vergeten waren naarmate de religies groeiden van eeuw tot eeuw.

Een belangrijke stap in deze lijn van werken waren de voordrachten gegeven door Dr. Annie Besant over ‘Esoterisch Christendom’; zij legde voor het eerst aan Christelijke theosofen uit wat de occulte basis was van vele Christelijke waarheden, vooral met betrekking tot de Sacramenten, die zij vereerd hadden maar niet begrepen hadden, omdat er geen Christelijke leraar was om ze te verklaren.

Toen kwam een belangrijk aantal waarheden, ontdekt door rechtstreekse waarneming met betrekking tot de toestanden na de dood. Deze kennis is één van de zeer speciale bijdragen die moderne theosofie de wereld biedt.

Een andere groep waarheden handelt over de groei van de verscheidene beschavingen die karakteristiek zijn voor de naties van de wereld. Het verhaal van de voorbije en huidige rassen van de mens, hun migraties, hun religies en culturen, het verhaal van de nieuwe rassen en religies die later zullen verschijnen, dit alles ontsluiert een wonderbaarlijk panorama van de geschiedenis vanuit een nieuw standpunt. Politieke geschiedenis zoals gezien vanuit theosofische invalshoek wordt een studie van Gods Plan voor de mensheid. Economie en politiek worden, in het licht van de theosofie, diepgaand interessante aspecten van de menselijke cultuur.

Ik noem slechts in het voorbijgaan de onderzoekingen van een paar theosofen in de innerlijke structuur van de materie. De wetten van het bouwen van de chemische elementen en van hun combinaties openbaren fascinerende waarheden over de werkingen van het Goddelijk Denkvermogen dat ‘geometriseert ’,  zoals werd gedoceerd door Pythagoras.

Behalve al deze aspecten van theosofie hebben wij gedurende de laatste paar jaar een nieuw gebied van theosofisch onderzoek ontdekt. Het is het domein van kunst. Wij beginnen te beseffen dat het, zonder enig begrijpen van de innerlijke betekenis die aan de scheppingen van kunst ten grondslag ligt, niet mogelijk is voor een bestudeerder van theosofie alle scheppingen van het Goddelijk Denkvermogen te overzien.

Hoeveel nieuwe en inspirerende aspecten van theosofie zijn er, die opeenvolgende generaties theosofen nog gaan ontdekken, wie zal het zeggen? Wij staan nog maar aan het begin van de ontdekking van theosofie.

Met al deze opmerkingen van mij wil ik mijn denkbeeld verhelderen dat theosofie niet een filosofie is die statisch is of gefixeerd, maar een filosofie die groeit. Daarom moeten wij oude theosofen  bedenken dat theosofie voor ons altijd nieuw is. Ook al hebben wij De Geheime Leer van mevrouw Blavatsky een dozijn keer gelezen, toch staan wij pas aan het begin van onze theosofische ontdekkingen. Want er is een andere Geheime Leer die velen van ons theosofen tot nu toe nog niet hebben leren lezen. Het is het boek van de natuur. De zee, de heuvel, de grote bergketen, de wolk, het meer, de boom, de bloem, het steentje, ieder van deze vormt een pagina van een nieuwe Geheime Leer; wij moeten leren ook die pagina’s één voor één te lezen, door ons ermee te identificeren door onze verbeelding en sympathie.

Diegenen van ons die oud zijn in theosofie hebben beseft dat ware en blijvende kennis niet alleen ontstaat door studie, maar ook door handeling. Pas wanneer kennis wordt toegepast op menselijke dienstverlening wordt onze intellectuele kennis een onafscheidelijk deel van ons diepste innerlijk zelf. Deze waarheid is de voornaamste verklaring geworden met betrekking tot alle theosofische studie: dat alle kennis pas getransformeerd wordt tot ware wijsheid nadat de bestudeerder zichzelf in dienst gesteld heeft van zijn medemens.

Er zijn twee feiten over de studie van waarheid die velen van ons nog moeten leren begrijpen. Het eerste is dat studie een tweeledig proces is van zelf alleen studeren, en van studeren in gezelschap van anderen die aspiranten zijn zoals wij. Een fundamentele waarheid – misschien zelfs de meest fundamentele waarheid – van theosofie is dat de aard van God verblijft in de aard van de mens. Als God de Goddelijke Wijsheid is in perfectie, dan is, op een of andere mysterieuze manier, ieder mens een belichaming van die Wijsheid van God. Daarom volgt hieruit dat de volledige Geheime Leer die alle geheimen van het universum openbaart, samengesteld is niet alleen uit die waarheden die de Adepten van voorbije en huidige tijdsgewrichten ontdekt hebben door hun onderzoekingen, en die ons gegeven zijn aan in de Mysterieleringen, maar ook samengesteld is uit waarheden die neergelegd zijn in een of ander geheime holte in het hart en brein van ieder mens. Studeren in samenwerking met anderen betekent proberen de Geheime Leer, die iedereen is, te begrijpen. Die kennis van de mens is essentieel om de Geheime Leer van de Wijzen te begrijpen.

Natuurlijk wordt kennis ons uiteindelijk pas eigen wanneer wij er in afzondering over nadenken en haar toepassen om onze vreugden en verdriet te verklaren, en trachten de Wet van Gerechtigheid die wij Karma noemen, te begrijpen. Tenslotte moet kennis getransmuteerd worden tot Wijsheid door iedereen, en voor zichzelf. Maar studie in gezelschap van anderen is een inleidende stap. Daarom moet ieder van ons het voorrecht van zijn logelidmaatschap koesteren, en trachten de loge deel te maken van die innerlijke structuur van zijn denkvermogen, waar hij verblijft als zoeker en als dienaar.

Het laatste denkbeeld dat ik u allen mee wil geven, of u nu oude theosofen bent of jonge, is het volgende: dat u niet alleen waarheid moet aannemen van anderen, die Wijs zijn, maar ook waarheid voor uzelf moet scheppen. Wij moeten scheppen om te kunnen begrijpen. Wij moeten onze gedachten en gevoelens, onze vreugden en verdriet transmuteren tot opstellen, gedichten, standbeelden, toneelstukken, schilderijen, liederen, dans; wij moeten onze ervaringen transmuteren en sublimeren tot offeranden van daden van verzaking of schepping (en schepping is verzaking, zoals verzaking een vorm van schepping is), offeranden die wij leggen op een altaar dat gewijd is aan God dan wel aan de Mens).

Nee, theosofie kan nooit oud worden. Aan de andere kant biedt het leven dagelijks aan wijze theosofen nieuwe en fascinerende mysteriën. Elke dag vernieuwt de theosoof zijn jeugd; en ofschoon zijn lichaam veroudert, blijft hij toch jong van hart en denkvermogen.

De jonge theosoof, jong van lichaam, die theosofie ontdekt, is bijzonder bevoorrecht en gelukkig. Omdat zijn idee van wat het leven zou moeten zijn – dagen vol vreugde en liefde en enthousiasme – intenser wordt naarmate hij de aard van de Meesters van de Wijsheid, die de Leiders zijn van de mensheid, bewust wordt, naarmate hij ontdekt dat menselijke liefde één weg is tot de Goddelijke Liefde, dat het schone in het leven slechts een afspiegeling is op de lagere gebieden van de Eeuwige Schoonheid van het Goddelijk Denkvermogen, en dat er geen vreugde in het leven zo intens is als die komt door het helpen van hen die hulp nodig hebben. Het enthousiasme van de jeugd voor alle nobele dromen en daden neemt honderdvoudig toe wanneer eenmaal theosofie ontdekt en begrepen wordt.

Deze waarheden over de theosofie waar wij zo van houden, moeten wij doorgeven aan de jonge theosofen die naast ons staan en die onze plaatsen zullen innemen. Wij studeren terwille van God en de mensheid, maar niet terwille van onszelf. Toch, omdat wij wel proberen onze Broeder Mens te dienen, door te plannen en te werken om de wereld voor hem te reorganiseren en mooier te maken, vinden wij een nieuwe vreugde in het leven. De opwinding die theosofie veroorzaakt in alle vermogens in ons hart en denkvermogen is iets dat wij nauwelijks in woorden kunnen beschrijven. Maar het is voor ons nu onafscheidelijk van het wonder dat alle leven openbaart.

Ofschoon wij leven in sterfelijke lichamen,  voelen wij ons toch als de eeuwige, onsterfelijke goden; te weten dat ook al verzwakken onze lichamen en wordt ons brein minder actief door leeftijd, toch zijn wij eeuwig jong; te kijken naar de gezichten van alle mensen, zelfs die van slechte mensen, en toch een glimp op te vangen van een Goddelijk Gezicht achter ieder menselijk gezicht – deze vreugden en wonderen verschaft theosofie. Welk groter geschenk zou het leven ons ooit kunnen geven? Omdat wij die gift van het leven ontvangen hebben, zijn wij nu theosofen en zullen wij dat in al onze komende levens blijven.

Uit: The Theosophist van januari 2010

Vert.: A.M.I.