TVN Home » Nieuwsbrief » Artikelen » Zie wat laster doet / Alcyone

Zie wat laster doet / Alcyone

16 november 2013

Uit ‘Aan de voeten van de meester’.

Zie wat laster doet. Het begint met een slechte gedachte, en dat is op zich zelf al een misdaad. Want in alles en in ieder is het goede, in alles en in ieder is er het kwade. Elk van deze twee kunnen we versterken door er aan te denken, en op deze wijze kunnen we de evolutie helpen of bemoeilijken, we kunnen de wil doen van de Logos, of we kunnen hem weerstaan. Door te denken over het kwade in een ander, doe je drie boosaardige dingen tegelijk:

  1. Je vult je omgeving met slechte gedachten in plaats van met goede en zodoende vermeerder je het lijden in de wereld.
  2. Als in de mens het kwade aanwezig is, dat je van hem denkt, versterk en voed je het; en zodoende maak je je broeder/zuster slechter in plaats van beter. Maar in de regel is dat kwaad er niet, en heb je het je maar verbeeld; en dan brengen je slechte gedachten je broeder/zuster in de verleiding kwaad te doen, want als hij/zij nog niet volmaakt is, zou je hem/haar kunnen maken tot wat je van hem/haar gedacht hebt.
  3. Je vult je eigen denkvermogen met slechte gedachten in plaats van met goede en zo belemmer je je eigen groei en maak je jezelf voor hen, die kunnen zien, tot een lelijk en smartelijk voorwerp, in plaats van tot een schoon en lieflijk.

    Niet tevreden, al dit leed aan zichzelf en zijn slachtoffer berokkent te hebben, doet de kwaadspreker zijn best om anderen tot deelnemers in zijn misdrijf te maken. IJverig vertelt hij hun zijn boosaardig verhaal, in de hoop, dat zij het zullen geloven en dan storten zij tezamen met hem kwade gedachten over de arme lijder uit. En dit gaat voort, dag aan dag, en het wordt niet door één mens gedaan, maar door duizenden. Begin je in te zien, hoe laag dit is? Je moet het geheel en al mijden. Spreek nooit kwaad van iemand; weiger te luisteren als een ander kwaad spreekt van een derde, maar zeg vriendelijk: “Het is misschien niet waar, en al is het waar, dan is’t toch welwillender er niet over te spreken.”