In De stem van de stilte spreekt H.P.B. over ‘hen die in nederigheid wijsheid vergaard hebben’ als degenen die de ‘Leer van het hart’ volgen.
In de middeleeuwen leerde men ‘Summa scientia, nihil scire’ wat betekent ‘Het hoogste weten is niets te weten’ of, nauwkeuriger gezegd ‘Het hoogste weten is te weten dat men niets weet’. Socrates zei het zo: ‘Een ding weet ik zeker, namelijk dat ik niets zeker weet’. Je vind dit ook bij Lao Tze die zegt ‘Weten van het niet-weten is het hoogste’, wat geheel overeenkomt met wat in de zaligsprekingen van Jezus gezegd wordt: ‘Zalig zijn de armen van geest want hunner is het koninkrijk der hemelen’; anders verwoord: ‘zalig zijn zij die weten arm van geest te zijn want zij leven in Tao’.
Het Pad begint met deemoed. De mens die nog denkt dat hij heel wat is en heel veel weet heeft nog geen flauw benul van het Pad.
Ook Albert Schweitzer vestigt hier de aandacht op in zijn artikeltje over nederigheid:
“Kijk naar de sterren en begrijp hoe klein onze aarde is binnen het universum. Kijk naar de aarde en weet hoe klein de mens hierop is. In de geschiedenis van het universum is de mens slechts een seconde op aarde. Wie weet of de aarde nog eens rond de zon zal draaien zonder de mens? Daarom moeten we de mens niet in het middelpunt van het universum plaatsen. Slechts als het denken aldus heel nederig wordt, kan het een voet zetten op het pad dat tot kennis leidt. Hoe dieper een religie, hoe meer deze dit feit beseft – dat wat door geloof en wetenschap bekend is, is slechts weinig vergeleken bij wat onbekend is. De eerste actieve daad van het denken is berusting – aanvaaring van wat er gebeurt. Als wij vrij worden, innerlijk, van wat er gebeurt, gaan wij door de poort van erkenning van de weg naar ethiek. Hoe dieper wij de natuur beschouwen, hoe meer wij erkennen dat zij vol leven is, en des te dieper weten wij dat alle leven een geheim is en dat wij verbonden zijn met alle leven in de natuur. De mens kan dan zijn leven niet langer voor zichzelf alleen leven. Wij beseffen dat alle leven waardevol is en dat wij verbonden zijn met al dit leven. Uit deze kennis komt onze spirituele relatie met het universum voort”.