TVN Home » Nieuwsbrief » Artikelen » “Een heraut van de Theosophical Society” door Radha Burnier

“Een heraut van de Theosophical Society” door Radha Burnier

15 oktober 2012

Ramalinga Swami, ook wel bekend als Vallalar, die in de negentiende eeuw in Zuid India leefde, predikte de universele broederschap van alle levende wezens. Daarom maakte vegetarisme deel uit van zijn leringen. Maar hij preekte geen bijzondere religie. Hij riep mensen op zichzelf te zuiveren, daarbij aandacht schenkend aan zowel lichaam als denkvermogen. Verlossing zou alleen bereikt kunnen worden na zuivering van zichzelf en het in praktijk brengen van universele broederschap. Radha Burnier, internationaal president van de Theosophical Society, vergelijkt in dit artikel de leringen van Vallalar met gedachten uit de theosofie.

Vervolgens vestigt zij de aandacht op enkele kleine positieve ontwikkelingen bij de behandeling van dieren door mensen, die wereldwijd opgemerkt kunnen worden (in “Glinsteringen van mededogen”).

 

Een heraut van de Theosophical Society

Ramalinga Swami, ook wel bekend als Vallalar, woonde in de negentiende eeuw in Zuid India. Hij overleed voordat de stichters van de Theosophical Society in India aankwamen en toch was hij een voorloper van de Theosophical Society. Het staat opgetekend dat hij de aankomst in India voorspelde van twee buitenlanders die universele broederschap zouden bevorderen door middel van een Vereniging die stond voor de eenheid van de hele mensheid. Hijzelf had zijn leven lang de universele broederschap van alle levende wezens, niet alleen mensen, voorgestaan. Zijn geschriften en voordrachten stonden heel dichtbij de theosofische leringen maar hij had meer vrijheid in het bepleiten van zijn ideeën en opvattingen, omdat zijn werk zich beperkte tot India, waar noties als eerbied voor het leven al hadden postgevat in het bewustzijn van de meeste mensen, en zodoende vormden mededogend leven en het praktiseren van vegetarisme al een deel van hun dagelijks leven.

Mevrouw Blavatsky schrijft heel duidelijk in De Sleutel tot de Theosofie over de verdienste van het niet eten van dierenvlees. Zij wijst erop dat dierlijk magnetisme het menselijk lichaam binnendringt wanneer vlees geconsumeerd wordt. Dit beïnvloedt de trillingen van het lichaam, die daardoor niet bevorderlijk zijn voor het leiden van een spiritueel leven:      ‘…wanneer het vlees van een dier door de mens als voedsel wordt genuttigd, brengt het sommige van de eigenschappen van het dier waarvan het afkomstig is, fysiologisch op hem over. Bovendien leert de occulte wetenschap en toont dit haar bestudeerders op zichtbare wijze aan, dat deze ‘vergrovende’ of ‘verdierlijkende’ uitwerking op de mens het grootst is bij vlees van de grotere dieren, minder bij vlees van vogels, nog minder bij vis en andere koudbloedige dieren en het minst wanneer hij alleen plantaardig voedsel eet.’ (p.242)

Zij schreef ook als volgt tegen de consumptie van alcohol: ‘Het drinken van wijn en spiritualiën is maar weinig minder schadelijk voor de ontwikkeling van de innerlijke vermogens dan het geregeld gebruik van hasj, opium en soortgelijke drugs.’

Maar HPB stelde nooit voor dat van leden van de Theosophical Society gevraagd zou worden dat zij vegetariër worden of zich onthouden van alcohol en tabak, misschien vanwege de moeilijkheden die vegetarisme in Westerse landen in die tijd met zich meebracht, of omdat de Theosophical Society bedoeld was om mensen van alle rassen en culturen aan te trekken.

Maar Vallalar maakte heel duidelijk dat vegetarisme deel uitmaakte van zijn leringen. Hij preekte geen bijzondere religie, noch prees hij één van de hindoegoden. Door talloze mystieke verzen in het Tamil leerde hij dat de Opperste Realiteit Licht en Genade is. Er bestaat geen Opperwezen afgezien van de kosmische intelligentie oftewel het licht dat overal is, dat alles omvat, dat alles doordringt. Ramalinga Swami was tegen het gebruik van afgodsbeelden en ontstak in een stadje genaamd Vadalur in Zuid India een lamp die dag en nacht brandde als symbool van het Allerhoogste. Dit komt overeen met het theosofische denkbeeld zoals gepresenteerd in de Mahatma Brieven dat er geen andere God bestaat dan het universele leven.

Religieuze dweperij is nog steeds een sterke kracht in de wereld. Het begint met het aan god toekennen van een bepaalde vorm en naam en het aan hem toedichten van bepaalde uitspraken uit geschriften. Elke groep religieuze fanatici gelooft dat zijn eigen favoriete geschrift en beeld het juiste is. Vallalar ontkende dat alles en gaf aan dat religie aspiratie is naar het opperste licht. Hij stond geen specifieke methode voor om verlossing te bereiken, maar benadrukte de noodzaak tot zuivering van het zelf en universele broederschap.

Zoals de Dalai Lama onlangs zei in niet mis te verstane termen: ‘het zal niet helpen als iemand nirvana zoekt zonder een onzelfzuchtig leven te leiden en mededogen en liefde in praktijk te brengen’. Nirvana komt vanzelf wel wanneer het denkvermogen zuiver en onzelfzuchtig is. Juist gedrag is de basis voor meditatie en helder inzicht. Krishnamurti wees er op dat wanneer meditatie een nieuw soort ambitie wordt – naar hogere dingen – zij tot niets leidt.

Mevrouw Blavatsky schreef ook dat het verwerven van Goddelijke Wijsheid afhangt van het zelfloos worden. ‘Geen enkele wijsheid van boven daalt op iemand neer behalve wanneer hij ieder atoom van zelfzucht of begeerte naar persoonlijke doelen opgeeft. De natuur schenkt haar intiemste geheimen en deelt ware wijsheid alleen met hem die naar waarheid zoekt omwille van de waarheid en die snakt naar kennis met de bedoeling weldaden jegens anderen te doen, niet voor zijn eigen onbelangrijke persoonlijkheid.’

Vallalar onderwees ook dezelfde waarheid; hij riep mensen op zichzelf te zuiveren, daarbij aandacht schenkend aan zowel lichaam als denkvermogen. Het lichaam moet getraind worden tot gevoeligheid door behoorlijke voeding en verzorging; ook behoorlijke lichaamsoefening is noodzakelijk. Wanneer het lichaam gezuiverd is en reageert op een denkvermogen dat kalm en onbezoedeld is, wordt het lichtgevend, hetgeen gezien wordt als een uitstraling rondom heiligen.

Mevrouw Blavatsky schrijft: ‘Door yoga training wordt het lichaam zuiver als een kristallen kistje, waarbij de ziel gezuiverd is van al zijn grofheid, en de geest die, voorafgaande aan het begin van zijn periode van zuivering en ontwikkeling van het zelf, slechts een droom voor hem was, is nu realiteit geworden.’

Wanneer lichaam en denkvermogen aldus voorbereid zijn, heerst mededogen in de relaties met mens, dier en plant. Veelvuldig worden de mededogende woorden van Ramalinga Swami aangehaald in Zuid India, dat zijn hart verwelkte wanneer hij planten zag verwelken.

Een andere aanbeden figuur in Zuid India was Tiruvalluvar. In zijn beroemde Tamil werk is een heel hoofdstuk van tien verzen gewijd aan het zich onthouden van wreedheid en van het eten van vlees. De lering gaat zelfs zover dat, als iemand wraak neemt wanneer hem met opzet onrecht aangedaan wordt, dat zal leiden tot ondraaglijk leed voor de betrokkene. Het is interessant dat er in de vrijmetselarij een soortgelijke lering te vinden is: wij moeten geen eigen rechter spelen en op wraak uit zijn. De grote wetten van het universum zorgen voor gerechtigheid.

Wanneer universele broederschap en mededogen voor alle wezens onze levenswet wordt, wanneer zelfdiscipline het lichaam, het denkvermogen en onze hele natuur zuivert, en wanneer ons dagelijks leven het hoogste principe van schuldeloosheid uitdrukt, dan daalt genade neer. Niemand hoeft om genade te vragen, het daalt neer op allen die het juiste leven leiden.

 

Glinsteringen van mededogen

Mededogend leven lijkt nauwelijks een ideaal te zijn in de moderne wereld omdat het een belemmering vormt voor het maken van grote en snelle winsten uit zaken en ook in tegenspraak is met de begeerte naar nieuwe pleziertjes en bevrediging. De mensen trachten nieuwe smaakjes in hun eetpatroon aan te brengen, waarbij zij het vlees eten van wilde dieren en van schepselen die voordien niet als vleesbronnen werden meegerekend. Het eten van de hersenen van levende apen, bijvoorbeeld, en dit te beschouwen als een culinaire delicatesse is een nieuw genot dat beschikbaar is voor toeristen die de wereld afreizen en kennis maken met vreemde gewoonten. Veel diersoorten, waaronder grote dieren zoals tijgers en zelfs zeldzame soorten, worden in gevangenschap gefokt uitsluitend om ze te exploiteren.

Temidden van de afschuwelijke onmenselijkheid die bedreven wordt, is er hier en daar een glinstering van een andere mentaliteit en een andere benadering met betrekking tot het leven. Dit houdt de hoop levend dat de mensheid niet helemaal ophoudt menselijk te zijn.

The Guardian Weekly van 4-7 juni 2004 heeft een kort commentaar op een nieuwe wet die is ingevoerd in Oostenrijk en die volgend jaar van kracht wordt. Deze wet verbiedt legbatterijen voor kippen, verbiedt het gebruik van wilde dieren in circussen en garandeert vee tenminste 90 dagen vrij bewegen per jaar, wat niet veel is maar beter dan niets. De nieuwe wet wordt pas volledig van kracht tegen 2020. Hoezeer deze wetgeving te laat en onvoldoende is, toch hopen wij dat zij een voorbode is van soortgelijke of betere wetgeving in andere landen.

In voorgaande nummers van The Theosophist hebben wij al kennis genomen van een aantal andere verbeteringen in de behandeling van dieren door mensen: het verbod van de Britse regering op bontkwekerijen (november 2003), de beslissing van de Europese Unie om de wreedste aspecten van intensieve veehouderij langzamerhand af te schaffen (augustus 2003) en de wetgeving in Schotland om de jacht op wilde dieren te beëindigen (mei 2002).

De barbarij van de mens jegens lagere diersoorten is afgrijselijk en activiteiten om ze te beschermen moeten doorgaan. Maar vooral moeten mensen beseffen dat wanneer hun hart uitdroogt en niet langer in staat is tot medelijden, er gevaar ontstaat voor de hele aarde. De vele gruwelijkheden waarvan wij ons bewust geworden zijn – het martelen van gevangenen, aanvallen op vrouwen, kinderen en anderen die zich niet kunnen verdedigen, enzovoort – geven aan dat gebrek aan mededogen gevaarlijk is, want het transformeert de menselijke maatschappij tot een kwaadaardig instrument voor onmenselijke, zelfzuchtige hartstocht.

Uit: The Theosophist van augustus 2004

Vertaling: A.M.I.