TVN Home » Nieuwsbrief » Artikelen » “Te slim zijn” door Radha Burnier

“Te slim zijn” door Radha Burnier

16 augustus 2011

Als het licht van boeddhi buitengesloten wordt door de ‘doder van de Werkelijkheid’, het persoonlijke, geconditioneerde denkvermogen en dit denkvermogen bereikt buitengewone niveaus van raffinement en scherpte, dan kan het elke opvatting die gunstig is voor zijn eigenbelang, met succes verdedigen. Een denkvermogen dat zo slim is dat het niemand ten goede komt.

Deze boodschap wordt uitgewerkt in het hierna volgende artikel van mevr. Radha Burnier, president van de Theosophical Society (Adyar).

Te slim zijn

Door Radha Burnier

”Het denken is de machtige verdelger van het Werkelijke” wanneer het sloom en niet-opmerkzaam is (tamasisch), geagiteerd of hartstochtelijk is (rajasisch), en ook als het “te slim” is. Dit betekent natuurlijk niet dat het denkvermogen bestaat zonder doel. Het heeft zijn eigen nut wanneer het op het juiste gebied werkzaam is, en op de juiste manier gebruikt wordt. Maar wanneer het denkvermogen het menselijk leven domineert en andere vermogens terugbrengt tot een ondergeschikt niveau, of vervangt, wordt er een gevaarlijke onbalans in de maatschappij gecreëerd. In plaats van zich als één van de instrumenten van atman te gedragen, doet het net alsof het het Zelf is, de bron van kennis en macht.

Viveka of spiritueel onderscheidingsvermogen is niet een eigenschap van het slimme verstand, maar van het boeddhi dat door het denkvermogen heenschijnt. Dit kan niet gebeuren als het denkvermogen een muur van arrogantie en vertrouwen in zijn eigen uiteindelijke gezag opwerpt, waar je niet doorheen kunt komen. Dit zien we helaas maar al te vaak voorkomen: viveka is afwezig in veel van de discussies en debatten die in de hele wereld plaatsvinden.

Vanuit een hoger standpunt gezien is ahimsa of respect voor het leven een onschendbaar beginsel. Alleen het Goddelijk Denkvermogen weet wanneer enig individueel bestaan de ervaringen nodig heeft van het zich manifesteren in een fysiek lichaam en wanneer het dat lichaam moet verlaten om de betekenis van die ervaringen te assimileren. Het gewone, onverlichte, geïndividualiseerde denkvermogen is niet in staat tot het nemen van de juiste beslissingen en tot juist handelen in dergelijke zaken. Vandaar de waarschuwing: gij zult niet doden. Het nalaten van geweld is een opperste verplichting.

Wat nu te denken van massamoord – op mensen, dieren en andere levende wezens? Een vreemd discussiepunt – dat ook gezien kan worden als een dilemma voor de rechtspraak – betreft het verschil tussen genocide en oorlog. Beide acties veroorzaken onvoorstelbaar lijden, nog afgezien van het feit dat daardoor een onnoemelijk aantal levens beëindigd wordt. Hebben de Hutus genocide begaan door de Tutsi mannen, vrouwen en kinderen af te slachten, of verdedigden zij hun land tegen indringers, zoals zij beweerden? Is het leggen van een ‘bommentapijt’ en soortgelijke daden van geweld tegen grote aantallen burgers genocide of een te rechtvaardigen onderdeel van een gerechtvaardigde oorlog?  Natuurlijk beweren beide partijen in een oorlog dat zij gelijk hebben, en daarom geloven beide dat zij niet schuldig zijn aan het odium dat genocide aankleeft.

De sluipmoord op een politicus in Europa wiens mening over dierenfokkerij een aantal andere mensen een doorn in het oog was, de terechtstelling van een jonge man voor een moord, gepleegd toen hij nog maar een kind was, de aanmatiging van Schotse jagers die protesteren dat mensenrechten geschonden worden omdat nieuwe wetten in het land het afslachten van dieren in het wild verbieden – al dit soort situaties roepen felle argumenten op en zelfs gewelddadige gevoelens omdat het licht van boeddhi buitengesloten wordt door de ‘doder van de Werkelijkheid’, het persoonlijke, geconditioneerde denkvermogen.

Dit denkvermogen bereikt buitengewone niveaus van raffinement en scherpte; en kan een slimme advocaat zijn van elke opvatting die gunstig is voor zijn eigenbelang. Dit denkvermogen roept fout uit tot goed, moord tot gerechtigheid, en tracht de praktijk van wreedheid tot een mensenrecht te maken. Talloze nationale en internationale conflicten en een brede verscheidenheid van immorele handelingen komen voort uit een denkvermogen dat zo slim is dat het uiteindelijk niemand ten goede komt. Waarom anders gaat de mensheid in het algemeen steevast verder op het pad naar zelfdestructie? Voortdurende conflicten, het broeikaseffect, door mensen veroorzaakte ziekten enzovoort veroorzaken een grotere verwoesting dan natuurrampen.

Uit: The Theosophist van augustus 2002

Vertaling: A.M.I.