Een basis van deugdzaamheid

Er wordt wel gezegd dat wetenschap en technologie niet goed of slecht zijn; het is alleen de toepassing ervan die slecht is of goed. Hetzelfde kan gezegd worden van de eigenschappen en functies van ons bewustzijn. Dit kan de reden zijn waarom het Boeddhistische Achtvoudige Pad het woord ‘juist’ heeft staan voor elke frase – hetgeen heel suggestief is.

Op het meest stoffelijke niveau ligt de vraag hoe je op de juiste wijze zorgt voor je broodwinning. Het is niet verkeerd om je brood te verdienen; de meeste mensen zijn gedwongen te werken voor hun levensonderhoud. Maar bepaalde tradities hebben geleerd dat iedereen moet werken om zijn brood te verdienen. Daarom werd woeker veroordeeld en zelfs het lenen van geld met rente werd gezien als verwerpelijk. Veel rijke mensen in de wereld werken niet, maar verspillen hun leven met frivoliteiten en genot der zinnen, omdat rentewinst binnen blijft stromen. Anderen verdienen geld op een wrede manier, met oorlogvoeren, oplichterij en vele andere activiteiten die niet gezien kunnen worden als ‘juiste broodwinning’. Dit roept vragen op: zou niet ieder mens enig werk moeten doen – fysiek, mentaal, kunstzinnig of spiritueel – voor het welzijn van anderen en niet uitsluitend ten eigen bate, nog afgezien van het zich onthouden van het veroorzaken van leed?

Dan volgt ‘juist geloven’. Boeddhisten en anderen beweren dat geloven een beperking of een belemmering is. Maar er bestaan allerlei soorten geloof en die kunnen niet allemaal verwerpelijk zijn, omdat er zoiets bestaat als juist geloof, bijvoorbeeld geloof gebaseerd op ratio. Redelijk geloof dient als basis voor veel liefdadige handelingen en verhoudingen. Helemaal niemand weet echt of de zon morgen opkomt, maar wij weten het door de aanname, gebaseerd op redenering en ervaring. In sommige filosofische scholen wordt aanname gezien als een geldige manier van cognitie. Is het verkeerd om te geloven dat iemand anders eerlijk is, ook al weet men misschien niet absoluut zeker of hij dat is? In feite weten we dat zelfs niet van onszelf. Hoe velen van ons kunnen zweren dat ze volkomen eerlijk zijn wanneer zij sterk in verleiding komen of in een toestand van grote verwarring raken? Toch lijkt een redelijk geloof in andermans integriteit terecht. Veel hangt af van wat wij bedoelen met geloof.

f-burnier6

Theosofia 108/3 · juni 2007        91

Dus er bestaat juist geloven en onjuist geloven, alsook juist denken en onjuist denken. Er zijn mensen die denken dat mensen nooit onzelfzuchtig kunnen worden; daarom wordt zelfzucht geaccepteerd als de norm. Dit soort denken impliceert het afwijzen van de mogelijkheid dat de mensheid zich ontwikkelt langs morele en spirituele lijnen. Juist denken kan misschien verbonden zijn met geloven in goedheid - verborgen wellicht, maar toch in het hart van alle levende wezens, met de kracht om schitterend tot bloei te komen. Een ander soort wereld en een nieuwe, levend juiste verhouding tussen mensen onderling en met de hele natuur kan misschien alleen gerealiseerd worden door het denken en geloven dat het goede het kwade zal overwinnen, en niet door cynisme. Denken is een vermogen. Het is een vermogen dat wij juist moeten gebruiken om weldadige resultaten te produceren en geen onjuiste. Het kan niet genegeerd worden.

Verbeeldingskracht is de vlucht der gedachten. Wij bouwen allemaal een idee over onszelf op, dat wil zeggen een zelfbeeld. Maar zelfbeschrijving – ‘ik ben dit’ of ‘ik ben niet dat’ – wordt zo sterk uitgekristalliseerd dat wij niet in staat zijn ons te bevrijden van deze speciale gedachtevorm. Zij is vasthoudend, concretiseert zich in de loop van een lange tijdsspanne en verblindt onze waarneming. Aan de andere kant is verbeeldingskracht een zeer waardevolle eigenschap. Dieren lijken deze niet te bezitten; als een mededier, vooral van een ander soort, pijn lijdt, roept dit nauwelijks enige respons op in de dierenwereld. Maar wanneer wij mensen een ander schepsel zien, menselijk of niet, dat lijdt dan helpt onze verbeeldingskracht ons te begrijpen wat de ander ervaart. Zonder verbeeldingskracht konden wij geen sympathie opbrengen. Dit soort verbeeldingskracht is nodig om menselijk te zijn. Wij moeten verbeeldingskracht gebruiken om het lijden van de armen, de angst voor het leven zonder enig bestaansmiddel voor morgen, te begrijpen. Wanneer wij ons dat voorstellen, voelen wij mededogen en ontstaat de behoefte zo veel mogelijk te helpen.

Een ander soort verbeeldingskracht is die van de kunstenaar of de dichter. Een architect stelt zich een gebouw voor dat nog gebouwd moet worden. Een dichter ziet in zijn verbeelding meer dan anderen kunnen zien en zit misschien dichter bij de realiteit dan iemand zonder verbeeldingskracht. Verbeeldingskracht kan een brug vormen, als ze goed gebruikt wordt, tussen waar wij ons bevinden en de waarheid. Door verbeeldingskracht kunnen wij misschien trachten iets van de zuivere liefde van een zelfloos, verlicht wezen op te vangen, hetgeen dan een vorm van meditatie wordt. Wat is liefde waarin geen zorg voor het zelf besloten ligt, die niet beperkt is maar universeel, die zich voortdurend vernieuwt? Liefde raakt niet op wanneer zij geschonken wordt. Zij is altijd vol. Verbeeldingsvolle meditatie kan iemand de schoonheid ervan doen ervaren en hem dichterbij schoonheid, grootsheid en zuiverheid  brengen, zoals de zon de zonnebloem aantrekt. Zo kunnen wij groeien zoals de bloem groeit, zonder ambitie, geholpen door de juiste verbeeldingskracht.

92        Theosofia 108/3 · juni 2007

Juist geheugen of herinneringsvermogen (samyak smrti), vaak vertaald als bedachtzaamheid, is ook belangrijk. Talloos zijn de herinneringen die we zouden moeten loslaten, van bijvoorbeeld herinneringen aan kwetsende woorden die een of ander persoon gebruikt heeft. Als wij ons onjuist bejegend voelen en niet in staat zijn een voorval te vergeten, maar daar steeds aan denken en grieven blijven koesteren, dan is dat geen juiste herinnering. Het aangedane onrecht is misschien niet echt zo verkeerd, want men vergist zich allicht in een moment van onnadenkendheid of opwinding; misschien is die ander niet van plan geweest te doen wat hij of zij gedaan heeft. Als wij zulke dingen in onze gedachten blijven houden, belasten wij ons denkvermogen en doen wij anderen onrecht. Juiste herinnering is het vermogen tot juist vergeten!

Aan de andere kant erkennen velen van ons de grote principes van het leven die wij in onze betere momenten zien als de waarheid. Wij aanvaarden waarlijk het beginsel van broederschap, van eenheid. Wanneer wij dat vergeten, spreken wij onszelf tegen. Maar door dat soort herinnering of aandacht te ontwikkelen dat bedachtzaamheid genoemd wordt, daagt geleidelijk, wanneer we op het punt staan iets zelfzuchtigs te doen, de erkenning dat dit geen echte broederschap is.

Dan neemt die zelfzucht enige tijd af. Er zijn mensen die zich veel herinneren van wat zij lezen; zij gebruiken zelfs citaten en informatie om indruk te maken op anderen. Wanneer de herinnering samengaat met de begeerte zich superieur te tonen, is het geen juiste herinnering. Zo is er geen juist geheugen en ook geen onjuist geheugen. Wij moeten diep nadenken over wat goed is en wat slecht, vooral in onze verhouding met andere mensen.

Wanneer onze karaktereigenschappen juist gebruikt worden, resulteren ze in juiste gedachten, juist geloof, juist handelen, herinneren en spreken. Het zich onthouden van spreken is misschien wel gemakkelijker dan juist spreken. Er zijn mensen die jaren gezwegen hebben, zonder daardoor noodzakelijk wijzer te zijn geworden. Juist spreken betekent zeggen wat noodzakelijk is en helpend.

Deugdzaamheid is een groot geschenk, waarmee wij onszelf moeten zegenen, met behulp van juist herinneren van het feit dat er een juiste en een verkeerde manier is om onze eigenschapen en vermogens te gebruiken.

Oplossing of blunders?

Onze aarde lijkt meer geteisterd te worden door problemen die  door de mens veroorzaakt zijn, dan door problemen die de natuur veroorzaakt. De natuur zal ongetwijfeld de enorme problemen die veroorzaakt zijn door de mens herstellen; zij heeft het vermogen om het evenwicht te herstellen, maar zal dat alleen doen in haar eigen tempo. Intussen lijken de mensen zelf geen effectieve remedies te ontdekken voor de chaos die zij veroorzaken. Zoals het geneesmiddel soms erger is dan de kwaal, blijken oplossingen vaak het begin te vormen van nieuwe problemen. Laten we eens naar een aantal daarvan kijken.

Liefde raakt niet op wanneer zij geschonken wordt. Zij is altijd vol.

Theosofia 108/3 · juni 2007        93

Er zijn verschillende opvattingen geopperd over genetisch gemodificeerde oogsten en planten. Sommigen geloven dat armoede en honger verholpen kunnen worden door de vaardigheid van de mens om genetisch te manipuleren; anderen menen dat sommige of vele nieuwe soorten die genetici produceren de ecologische cyclus onherstelbare schade zullen toebrengen. Geen plant of schepsel bestaat onafhankelijk van andere levensvormen. Een nieuwe soort die resistent is tegen ongedierte zou sterke invloed kunnen hebben op het leven van vlinders, bijen of vogels, die zorgen voor bestuiving, het verspreiden van zaadjes en andere taken. Wat is nu de meest holistische en verstandigste opvatting?

Water is van levensbelang voor het overleven van alle verscheidene levensvormen. Maar de klimaatcondities veranderen door menselijke activiteiten en watertekort ontstaat in uitgestrekte gebieden, overal ter wereld. Er kunnen veel oorzaken voor zijn, niet alleen klimaatsverandering, maar ook toenemende bevolkingsaantallen en uitzonderlijke eisen om een manier van leven in stand te houden die gebaseerd is op voortdurend méér willen hebben – meer comfort, meer apparaten en voorwerpen, meer vlees om te eten enzovoort.

In Bolivia maakte een poging om het probleem op te lossen door de watervoorziening te privatiseren het lijden van de armen alleen maar groter. Een soortgelijke, zeer controversiële oplossing wordt uitgeprobeerd met de watervoorraad van Delhi, waarvan men vreest dat het particuliere bedrijven zal verrijken en zal bijdragen aan het comfort van rijke burgers, waarbij plaatselijke gemeenschappen in het uitgestrekte gebied waar de Ganga doorheen stroomt, tekort gedaan worden. Volgens mevrouw Vandana Shiva, die zich gespecialiseerd heeft in dit soort zaken, wordt ‘de Ganga getransformeerd van een levensrivier tot een doodsrivier, zowel door de ecologische gevolgen van indamming … als van omleiding, zoals de verdwenen Ganga in Hardwar en westelijk UP (Uttar Pradesh, vert.) aantoont’.

In zulke gevallen stellen zoekers naar nepoplossingen die zich geen zorgen maken over menselijk welzijn vaak schijnbaar weldadige projecten voor. Er zijn heel wat keiharde zakenlieden die zich voordoen als filantroop. Ondoelmatige of onjuiste oplossingen kunnen ook bedacht worden door mannen en vrouwen die oprecht zijn, maar weinig begrip hebben van hun eigen beperkingen wanneer ze geconfronteerd worden met de onvoorstelbaar ingewikkelde situaties die in deze wereld bestaan.

De natuur zal ongetwijfeld de enorme problemen die veroorzaakt zijn door de mens herstellen; zij heeft het vermogen om het evenwicht te herstellen, maar zal dat alleen doen in haar eigen tempo.

94        Theosofia 108/3 · juni 2007

Een recent artikel in The Guardian Weekly doet verslag van een nieuwe oplossing voor het levensgrote probleem van afvalverwerking dat de steeds uitdijende stedelijke conglomeraties van de wereld teistert. Ook plattelandsgebieden, waar enorme aantallen dieren worden opgesloten uit naam van moderne wetenschappelijke fokprogramma’s, produceren een reusachtige hoeveelheid ‘afval’. Men zegt: ‘Ergens in Amerika staat een machine die praktisch ieder soort afval aankan – slachtafval, oude autobanden, oude computers – en dit kan veranderen in kwaliteitsolie, plus zuivere mineralen en schoon water, allemaal binnen een paar uur. Het is een uitvinding die de wereld kan veranderen’.

Het proces bestaat blijkbaar uit het afbreken van het materiaal en dit te veranderen in primaire substanties, hetgeen de aarde in haar eigen tempo al eeuwenlang doet. Men zegt dat er een nieuwe fabriek ontwikkeld wordt ‘die ontworpen is om per dag 200 ton ingewanden, snavels, bloed en botten van een aangrenzende kalkoenenfokkerij te transformeren in 10 kubieke ton gas en 600 vaten olie’. Zowel de regering van de VS als particuliere investeerders zouden geïnteresseerd zijn in dit nieuwe project, niet alleen om het enorme afvalverwerkingsprobleem op te lossen maar ook om in de Amerikaanse oliebehoefte te voorzien.

Zal dat een echte oplossing betekenen? Of zal het meer hebzucht naar winst oproepen – door meer dieren te fokken om kapot te maken in de fabrieken, of door zich bezig te gaan houden met andere onethische activiteiten die karmische gevolgend zullen hebben in de vorm van ziekte of wanhoop? Niemand die het weet.

Halsoverkop hiermee doorgaan zonder het leven als geheel te begrijpen en de betekenis ervan te doorgronden lijkt de snelste weg te zijn naar dood of vernietiging.

Uit: The Theosophist, december 2003
Vertaling: A.M.I.

Wij zijn allen broeders omdat het leven één is, omdat de goddelijke vonk die wortel is van ons bestaan precies dezelfde is in u, in mij, in alle mensen op aarde.

Wij zijn allen broeders, wij hoeven het niet te worden.

Danielle Audoin

Theosofia 108/3 · juni 2007        95

Terug naar Theosofische Vereniging Website