Kolonel Henry Steel Olcott

H.S. Olcott stamt uit een oude Engelse Puriteinse familie die al generaties lang in de Verenigde Staten woonde. Zijn grootmoeder was een afstammelinge van één van de vroege leden van de Verenigde Oost-Indische Compagnie Hij werd geboren in Orange, New Jersey, op 2 augustus 1832.


Al op jonge leeftijd bracht zijn succes op de modelboerderij van Scientific Agriculture (Wetenschappelijke landbouw) nabij Newark de Griekse regering ertoe hem een hoogleraarspost aan te bieden aan de Universiteit van Athene. De jongeman bedankte voor de eer en stichtte in hetzelfde jaar samen met de heer Vail uit New Jersey ‘The Westchester Farm School’, in de buurt van Mount Vernon in de staat New York. Dit was een school die in de VS beschouwd werd als één van de pioniers van het huidige systeem van nationaal landbouwonderwijs. Daar hield hij zich bezig met de teelt van sorghum, een tropisch graangewas, dat kort daarvoor geďntroduceerd was in de VS. Hier schreef hij zijn eerste boek, Sorgho and Imphee, the Chinese and African Sugar-canes, dat zeven drukken beleefde en door de staat Illinois in de schoolbibliotheken gezet werd. Dit boek leidde ertoe dat hem de positie van directeur van het Agricultural Bureau in Washington werd aangeboden, een aanbod dat hij afwees, evenals aanbiedingen om manager te worden van twee immense landgoederen.

Herdruk uit The Theosophist van maart 1907

f-besant1

14        Theosofia 108/1 · februari 2007

In 1858 bracht de heer Olcott zijn eerste bezoek aan Europa, nog steeds gericht op het verbeteren van de landbouw. Zijn verslag van wat hij gezien had werd afgedrukt in Appleton’s American Cyclopedia. Als erkend deskundige werd hij de Amerikaanse correspondent voor de bekende Mark Lane Express (Londen), assistent landbouwredacteur van de beroemde New York Tribune, en deed hij nog twee boeken over landbouw het licht zien.

Deze levensfase werd beëindigd door het uitbreken van de Amerikaanse burgeroorlog, toen zijn hartstocht voor vrijheid hem ertoe bracht zich aan te melden bij het Noordelijke leger en hij maakte de hele North Carolina Campaign mee onder generaal Burnside. Geveld door koorts werd hij geëvacueerd naar New York. Zodra hij hersteld was, maakte hij zich op om naar het front terug te keren, maar de regering, die zijn vaardigheden en moed gesignaleerd had, koos hem uit om een onderzoek te doen naar een aantal vermoedelijke gevallen van bedrog bij de New York Mustering and Disbursing Office. Ieder middel werd aangewend om zijn resolute onderzoek een halt toe te roepen, maar steekpenningen noch bedreigingen konden de vastberaden jonge officier tegenhouden bij het leiden van een campagne die gevaarlijker was dan het hoofd bieden aan Zuidelijke kogels op het slagveld. Zijn fysieke moed was een lichtend voorbeeld geweest in de North Carolina Expedition; zijn morele moed bleek nog duidelijker toen hij vier jaar lang een storm van tegenwerking en lasterpraat moest trotseren, tot hij de ergste misdadiger voor tien jaar naar de Sing Sing gevangenis gestuurd kreeg. Hij ontving een telegram van de regering dat deze veroordeling net zo ‘belangrijk was voor de regering als het winnen van een grote slag’. Minister Stanton verklaarde dat hij hem onbeperkt gezag had verleend omdat hij ‘merkte dat hij geen fouten gemaakt had die correctie vereisten’. Staatssecretaris Fox schreef dat hij wilde ‘getuigen van de grote ijver en trouw die uw gedrag kenmerkten onder omstandigheden die bijzonder veeleisend zijn voor de integriteit van een functionaris’. De staatssecretaris van Oorlog schreef: ‘U zult het respect krijgen van uw medeburgers dat u toekomt voor uw patriottisme en eervol dienstbetoon aan de regering tijdens de rebellie’. De Judge Advocate-General van het leger schreef: ‘Ik kan deze gelegenheid niet voorbij laten gaan zonder u openlijk mijn hoge waardering uit te spreken voor de diensten die u verleend hebt toen u de moeilijke en verantwoordelijke positie bekleedde waarvan u nu afstand doet. Dit dienstbetoon werd vooral gekenmerkt door ijver, vakkundigheid en compromisloze plichtsgetrouwheid’. Deze woorden geven de eigenschappen aan die het meest kenmerkend waren in het leven van H.S. Olcott.

De heer Olcott werd nu kolonel Olcott en buitengewoon commissaris van het oorlogsdepartement. Twee jaar later verzocht de Minister van Marine met klem om zijn diensten om een einde te maken aan de misbruiken op de marinewerven en hij werd bijzonder afgevaardigde van het marinedepartement. Met resolute en onvermoeibare ijver stortte hij zich op zijn taak, zuiverde het departement, hervormde het financiële systeem en ontving tenslotte het volgende officiële getuigschrift: ‘Ik moet zeggen dat ik nog nooit een man heb ontmoet aan wie belangrijke taken waren toevertrouwd, die meer capaciteiten, snelheid en betrouwbaarheid aan de dag legde tijdens deze hele opdracht dan u. Vooral wil ik getuigen van uw volkomen rechtschapenheid en karakterintegriteit. Ik ben ervan overtuigd dat deze eigenschappen uw hele carričre gekenmerkt hebben en voor zover ik weet nooit zijn betwist. Dat u er aldus doorheen gekomen bent zonder enige smet op uw blazoen, als we kijken naar de corruptie, vermetelheid en macht van de vele criminelen op hoge posten die u vervolgd en bestraft heeft, is een uiting van waardering waar u terecht trots op mag zijn en die geen andere persoon op een soortgelijke post die soortgelijke diensten verricht heeft voor dit land ooit gekregen heeft’.

Zijn fysieke moed was een lichtend voorbeeld geweest in de North Carolina Expedition; zijn morele moed bleek nog duidelijker toen hij vier jaar lang een storm van tegenwerking en lasterpraat moest trotseren.

Theosofia 108/1 · februari 2007        15

Dit nu was de man naar wie mevrouw Blavatsky gestuurd werd door haar Meester om hem te vinden, die door Hen uitverkoren was om samen met haar de Theosophical Society te stichten en vervolgens de hele rest van zijn leven door te brengen met de vestiging en organisatie ervan over de hele wereld. Voor deze taak bracht hij zijn onbesmette maatschappelijk verleden mee van dienstverlening aan zijn land, zijn scherpe vermogens, zijn enorme werkkracht en een onzelfzuchtigheid die, zo verklaarde zijn collega, zij nooit geëvenaard had gezien buiten de Ashrama van de Meesters.

Hij werd door mevrouw Blavatsky aangetroffen op de Eddy boerderij, waar hij heen gestuurd was door de New York Sun en de New York Graphic om verslag te doen van de buitengewone spiritistische manifestaties die daar plaatsvonden. Zijn artikelen waren zo waardevol dat niet minder dan zeven verschillende uitgevers vochten om het recht om ze in boekvorm uit te geven. De belangstelling die hierdoor gewekt werd was zo groot dat de kranten verkocht werden voor een dollar per exemplaar. Men zei dat het publiek evenveel belangstelling had voor zijn stukken als voor de tweede presidentsverkiezing van General Grant. De twee dappere helden herkenden elkaar en schudden elkaar de hand. Dit leidde tot een levenslange band, die op aarde beëindigd werd toen H.P. Blavatsky overging in 1891, maar die niet verbroken zou worden, zo geloofden zij beiden, door het triviale voorval van de dood, doch voort zou gaan aan de andere kant en wanneer zij weer terug zouden keren door geboorte in deze wereld.

Kolonel Olcott, die ontslag genomen had van het oorlogsdepartement en die was toegelaten tot de rechtbank, verdiende een behoorlijk inkomen als adviseur inzake douane en revenuen toen de oproep kwam. Hij deed afstand van zijn praktijk en het jaar daarop stichtte hij de Theosophical Society, waarvan hij door de Meesters werd benoemd tot levenslang voorzitter en waarvan hij de inaugurele rede uitsprak op 17 november 1875 in New York (zie het artikel in dit nummer). Hij studeerde samen met mevrouw Blavatsky en verbeterde grotendeels het Engels van haar grote werk Isis Ontsluierd, één van de klassiekers van de Vereniging.

Op een dag zei ik tegen hem: ‘Henry, ik geloof dat jij je rechterhand zou geven voor de Society’. ‘Mijn rechterhand geven!’, riep hij; ‘Ik zou mijzelf in stukjes snijden als het de Society goed zou doen.’

16        Theosofia 108/1 · februari 2007

In 1878 vertrokken de  beide collega’s naar India en verbleven enige tijd in Bombay. Daar gaf kolonel Olcott de aanzet tot de eerste tentoonstelling van Indiase producten, waarbij hij de Indiërs aanmoedigde hun eigen producten te gebruiken in plaats van producten die elders gemaakt waren; bij de eerste Conventie van de Theosophical Society in India werd Svadeshisme voor het eerst uitgeroepen, net als bij een latere Conventie het Congres in het leven werd geroepen. Actieve propaganda werd nu in heel India gemaakt, sterk gehinderd door vijandigheid van het Gouvernement, maar verwelkomd door de massa Hindoes en Parsis.

In 1880 begon de grote Boeddhistische heropleving in Ceylon, dat nu drie hogescholen heeft en 205 scholen, waarvan 177 dit jaar [1907] subsidie kregen van de regering; 25.856 kinderen gingen naar deze scholen op 30 juni 1906. Dit werk is te danken aan de ruimhartige inzet en toewijding van kolonel Olcott, die zelf een beleidend Boeddhist was. Een andere grote dienst aan het boeddhisme was zijn bezoek aan Japan in 1889, waarbij hij 25.000 mensen toesprak en erin slaagde 14 grondstellingen op te stellen, die de basis vormen van eenheid tussen de lange tijd verdeelde Noordelijke en Zuidelijke kerken van het Boeddhisme.

In 1882 kochten de Stichters, vrijwel geheel met hun eigen geld, het prachtige landgoed in Adyar, nabij Madras, dat zij inrichtten als Hoofdkwartier van de Theosophical Society. Het werk dat zij gedaan hebben van 1875 tot 1906 kan het best beoordeeld worden aan de hand van het feit dat de Voorzitter tot het jaar 1906, 893 stichtingsaktes had verleend aan afdelingen over de gehele wereld, waarvan de meerderheid gegroepeerd was in elf Territoriale Secties en de rest verspreid was over landen waarin de afdelingen nog niet voldoende talrijk zijn om een Sectie te vormen. De noordelijkste afdeling ligt in de poolcirkel en de zuidelijkste in Dunedin in Nieuw Zeeland.

Zijn tijd, zijn gedachten en zijn geld werden alle besteed aan zijn geliefde Society. Op een dag zei ik tegen hem: ‘Henry, ik geloof dat jij je rechterhand zou geven voor de Society’. ‘Mijn rechterhand geven!’, riep hij; ‘Ik zou mijzelf in stukjes snijden als het de Society goed zou doen.’ En dat zou hij ook echt gedaan hebben.

Hij reisde over de gehele wereld met niet aflatende en onvermoeibare activiteit en de artsen schrijven de hartaanval, terwijl zijn lichaam nog steeds bijzonder fit was, toe aan het teveel aan spanning op het hart door het geven van te veel lezingen in een te korte tijdspanne. ‘Jij zult sterven zoals ik nu sterf’, zei hij onlangs tegen mij; ‘jou zullen ze net zo hard opjagen’. Hij ging naar de verst gelegen streken van het noorden en zuiden om de mensen aan te moedigen, te adviseren en te organiseren. Even vreugdevol keerde hij terug naar zijn geliefde Adyar om uit te rusten en te herstellen.

Hij reisde over de gehele wereld met niet aflatende en onvermoeibare activiteit.

Theosofia 108/1 · februari 2007        17

Deze man met het hart van een leeuw heeft veel moeilijkheden het hoofd moeten bieden tijdens de afgelopen 31 jaar. Hij bleef onbewogen pal staan tijdens de schandelijke aanval op mevrouw Blavatsky door de Society for Psychical Research en maakte het nog mee dat Dr. Hodson later meer wonderen accepteerde dan hij toen afkeurde. Hij stuurde de Society door de crisis die enige tijd de hele Amerikaanse sectie verscheurde. Uiteindelijk verwelkomde die sectie hem trots en uitbundig in zijn geboorteland. Hij beleefde het verscheiden van zijn collega, en droeg de last alleen, standvastig en dapper nog 16 jaar lang, samen met Annie Besant, haar favoriete leerling, even loyaal en ferm als met haarzelf. Of de berichten nu goed of slecht waren, hij werkte onophoudelijk door, tot de stem van zijn Meester hem naar huis riep. Op last van diezelfde Meester benoemde hij zijn collega Annie Besant als zijn opvolger, om de last te dragen die H.P. Blavatsky en hijzelf ook gedragen hadden. Hij doorstond zijn laatste langgerekte lijden dapper en geduldig, waarbij hij de dood even standvastig onder ogen zag als hij het leven gedaan had. In de laatste weken van zijn ziekte werd hij opgevrolijkt door bezoeken van de grote Indiase Wijzen, aan wie hij de kracht van zijn volwassenheid gegeven had, de toewijding van zijn leven. Hij is overgegaan uit dit leven en heeft een prachtig monument van nobel werk nagelaten. Ook aan de andere kant zal hij nog werken, tot de tijd voor zijn terugkeer is aangebroken.

India kende geen trouwere helper bij het opnieuw tot leven brengen van haar religies dan deze nobele Amerikaan, en zij doet er goed aan haar zegen te geven aan de man die haar liefhad en diende.


Uit: The Theosophist , november 2005

Vertaling: A.M.I.

 De markante verschijning van H.P. Blavatsky viel Olcott al op vóórdat hij persoonlijk kennis met haar had gemaakt.

Op blz. 7 van deel I van Oude Dagboekbladen
vermeldt hij:

Terwijl ik op de drempel bleef staan, fluisterde ik Kappes toe: “Lieve hemel! zie toch eens dat exemplaar”.

Ik stak dadelijk over en nam plaats aan de andere zijde van de tafel, juist tegenover haar, om mijn lievelingsneiging, namelijk karakterstudie,
te kunnen botvieren. 

18 Theosofia, Jaargang 108, nummer 1, Februari 2007

Terug naar Theosofische Vereniging Website