HPB en haar brieven:
de beginperiode

H.P. Blavatsky was een veelschrijver. Afgezien van haar twee hoofdwerken, Isis Ontsluierd en De Geheime Leer , die elk uit twee delen bestaan, en haar kortere boeken, De Sleutel tot de Theosofie en De Stem van de Stilte, beslaan haar periodieke publicaties en diverse geschriften in het Engels en het Frans veertien boekdelen. Dit nog afgezien van haar Russische werken, vooralsnog onvertaald in het Engels, behalve From the Caves and Jungles of Hindustan en The Durbar at Lahore . Er zijn ook de transcripties van haar opmerkingen in The Transactions of the Blavatsky Lodge. De hoeveelheid publicaties van HPB is fenomenaal, vooral als men bedenkt dat de meeste daarvan geschreven werden tijdens de laatste paar jaar van haar leven, toen zij chronisch ziek was.

Maar buiten haar algemene geschriften, bestemd voor publicatie, bestaat er een massa privé-geschriften – haar correspondentie met een groot aantal mensen: haar familie in Rusland alsook vrienden en kennissen in Amerika, Europa en India – wetenschappers en geestelijken, journalisten en generaals, hoogleraren en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Haar correspondenten waren onder andere een gerenommeerde Russische filosoof, Alexander Aksakoff; een Amerikaanse generaal, Francis Lippitt; een hoogleraar aan Cornell University, Hiram Corson; een bestudeerder van het Platonisme, Alexander Wilder; een Britse natuurkenner die Darwin vóór was bij het formuleren van de theorie over natuurlijke selectie, Alfred Wallace; en de uitvinder van de gloeilamp, de fonograaf en andere technologieën, Thomas Edison. Zij schreef haar brieven in drie talen: Engels, Frans en Russisch (en soms in een mengelmoes van alle drie). Veel van die correspondentie – waarschijnlijk het meeste – bestaat niet meer, daar ze vernietigd is of verloren geraakt. Maar wat er nog wel van over is geeft een rechtstreekse en intieme kijk in het denken en het hart van de ‘Oude Dame’, de term waarmee haar naasten naar haar plachten te verwijzen.

f-algeo2

212        Theosofia 107/6 · december 2006

Zelfs van de resterende correspondentie is er veel dat niet meer bestaat in zijn originele vorm in haar handschrift, maar veeleer alleen in afschriften, gemaakt door anderen of in gedrukte vorm, waarbij de originelen al lang geleden verdwenen zijn. Veel van de gekopieerde of uitgegeven brieven zijn duidelijk onjuist, daar ze veranderd zijn door de persoon die ze kopieerde of door de uitgever, soms per ongeluk en soms expres om één of andere bewering te staven. De niet in haar originele handschrift bewaard gebleven brieven zijn duidelijk minder gezaghebbend en minder betrouwbaar, maar wanneer ze het enige zijn dat resteert moet men ze, wegens gebrek aan beter, aanvaarden als bewijs, zij het onvolledig, van wat HPB geschreven heeft. Als er geen resterend origineel is, maar verscheidene afschriften die op verschillende tijdstippen gemaakt zijn door verschillende personen, verschillen die afschriften vaak van elkaar, soms alleen in onbeduidende details, maar soms aanzienlijk qua inhoud.

Een volledige verzameling van Blavatsky’s correspondentie werd opgezet door Boris de Zirkoff, haar achterneef, maar hij overleed voordat hij de verzameling compleet had of er iets van had uitgegeven. De Zirkoff liet zijn bibliotheek, papieren en onvoltooid werk na aan de Theosophical Society in America, waar het nu gearchiveerd is. Zijn manuscriptverzameling van haar brieven omvat verscheidene dikke delen. De Amerikaanse Society zorgde er aanvankelijk voor dat John Cooper, een Australiër die geïnteresseerd was in de theosofische geschiedenis, de taak op zich zou nemen de verzameling correspondentie van HPB te completeren en te bewerken voor publicatie door the Theosophical Publishing House te Wheaton. Cooper was ook van plan een uitgave van de vroege brieven te gebruiken voor zijn proefschrift aan de universiteit van Sydney. Maar onverwacht overleed Cooper terwijl het geplande eerste deel van de brieven zich nog in een beginstadium bevond en nog niet professioneel geredigeerd was.

Om het werk te voltooien nam ik de redactie ervan op mij, met behulp van mijn vrouw, Adele, en een adviserende commissie bestaande uit Daniel Caldwell, Dara Eklund, Robert Ellwood, Joy Mills en Nicholas Weeks. Wij ontdekten al gauw dat de inhoud van veel van de brieven onjuist was en wij concludeerden dat een lezer meer voetnoten en verduidelijkingen nodig zou hebben om de brieven in hun historische context te begrijpen. Het werd duidelijk dat er meer redactionele hulpmiddelen nodig waren en dat de tekst van iedere brief geverifieerd zou moeten worden, door de kopie die wij hadden te vergelijken met het origineel of met de beste bestaande versie. Aangezien HPB correspondeerde met mensen in de gehele wereld, liggen haar brieven nu ook overal verspreid over de wereld. Dus werd het een wereldwijde pelgrimstocht om de originele versies te zien te krijgen, om ervoor te zorgen dat de teksten die zouden worden afgedrukt in The Letters of H.P. Blavatsky juist waren. Om u enig idee te geven van de omvang van de jacht zal ik een aantal plaatsen vermelden waar men moet zoeken om de brieven van de Oude Dame te vinden.

De archieven in Adyar zijn de rijkste schatkamer van de correspondentie van HPB. Behalve de correspondentie die daar al ligt sinds de tijd dat HPB in Adyar woonde, verzamelden Annie Besant en anderen zoveel mogelijk brieven van haar als ze maar konden vinden en zij bewaarden ze voor de veiligheid op het internationaal hoofdkwartier van de Theosophical Society. Maar veel van die brieven zijn nu in slechte staat door de tand des tijds. Nu worden alle middelen ingezet om ze in goede staat te conserveren maar de schade uit vroegere tijd kan niet ongedaan worden gemaakt.

Adele en ik hebben vele uren besteed aan het uitpluizen van het kenmerkende, maar soms moeilijk te lezen handschrift dat we leerden herkennen als dat van HPB. Wij werkten er samen aan, en puzzelden of een bepaald kriebeltje een ‘s’ was of een ‘a’ of gewoon een kriebeltje. Het ontcijferen van het schrift van HPB lijkt een beetje op het maken van een kruiswoordpuzzel. Je werkt een paar uur aan een bepaald stukje van de correspondentie en legt het dan terzijde om een poosje iets anders te gaan doen. Als je dan uren of dagen later terugkomt bij de handschriftpuzzel lossen de mysteries zichzelf soms vanzelf op en herken je meteen wat de boodschap is. Maar op andere momenten blijft de puzzel een mysterie en kun je slechts raden naar de bedoeling ervan. Maar het werk is boeiend en als je er uiteindelijk in slaagt de betekenis te achterhalen van een orthografische puzzel, voel je je alsof je een inwijding hebt doorgemaakt in de esoterische mysteries van HPB.

Theosofia 107/6 · december 2006        213

Een aantal andere archieven bevat ook brieven of afschriften van brieven van HPB. Hieronder bevinden zich die van de theosofische vereniging in Amerika in Wheaton, Illinois; de Theosophical Society met haar internationaal hoofdkwartier in Pasadena, Californië; de British Library; de College of Psychic Studies in Londen; de Thomas Edison National Historic Site in West Orange, New Jersey; de Grand Lodge of Freemasons in Freemason’s Hall in Londen; de Historical Society of Pennsylvania; de Philosophical Research Society in Los Angeles, Californië; de Knoch Library van Cornell University in Utica, New York; de Society for Psychical Research in de Cambridge University Library; de Library of Congress in Washington, D.C.; de India Office Library (deze bevat correspondentie van de Political and Secret Foreign Service Office) in de British Library; en de particuliere HPB Library in Toronto.

Sommige brieven van HPB resteren nu alleen in gepubliceerde vorm in vroege tijdschriften en kranten. Een divers aantal van deze publicaties verschijnt nog in druk, een aantal andere niet. Zij bestaan uit algemene periodieken zoals de Calcutta Review, Ceylon Times, The Hindu, New York Daily Graphic, New York Sun, New York World, en de Times of India. Andere zijn theosofische tijdschriften zoals de Path (of London), Path (of New York), Theosophical Forum, Theosophical Nuggets, Theosophical Quarterly, Theosophic Isis, The Theosophist en Word. Andere omvatten gespecialiseerde tijdschriften zoals de Banner of Light, Carrier Dove, Harbinger of Light, Human Nature, Link, Madras Christian College Magazine, Medium and Daybreak, Rebus en de Spiritual Scientist.

Weer andere brieven resteren alleen doordat ze geheel of gedeeltelijk zijn aangehaald in boeken. Zulke boeken zijn bijvoorbeeld Contribution à l’Histoire de la Société Théosophique en France door Charles Blech, Modern World Movements door Jirah Dewey Buck, Life and Teachings of Swami Dayanand door Vishwa Prakash, Life of Dayanand Saraswati door Har Bilas Sarda, The Theosophical Society, Its Objects and Creed door Arthur Theophilius en Madame Blavatsky door K.F. Vania.

De jacht op HPB’s correspondentie is een queeste en, net als alle zoektochten, is zij nooit helemaal voltooid, want er blijft altijd de nog onontdekte brief, ergens achter de horizon. Nog onlangs in 2002 dook er een brief op, geschreven door HPB in 1889, in een notulenboek van de Bradford Lodge in Engeland, en er zijn ongetwijfeld andere die elders op ontdekking liggen te wachten. Maar het verzamelen van haar brieven is niet zomaar een tijdverdrijf of een antiquarische activiteit. HPB’s persoonlijke brieven zijn van belang vanwege hetgeen zij ons laten zien van de vele facetten van haar persoonlijkheid, van haar innerlijke ervaringen, van haar denkbeelden terwijl die zich vormden, van haar visie op haar eigen missie, van de manier waarop de Theosophical Society ontstond en zich in de loop der jaren ontwikkelde en van ons als lezers, zoals wij reageren op die brieven.

De jacht op HPB’s correspondentie is een queeste en, net als alle zoektochten, is zij nooit helemaal voltooid, want er blijft altijd de nog onontdekte brief, ergens achter de horizon.

214        Theosofia 107/6 · december 2006

De brieven in deel I van de Collected Writings -uitgave van H.P. Blavatsky’s correspondentie omvatten alle bekende resterende brieven, geschreven voordat zij en kolonel Olcott in 1879 in Bombay arriveerden om het middelpunt van de theosofische activiteiten over te brengen van Amerika naar India. Om enig idee te krijgen hoe die brieven eruit zien, laat ik er een aantal van zien, of stukken eruit, waarbij ik allerlei verschillende brieven heb uitgekozen om de reikwijdte van haar correspondentie te laten zien.

De eerste brief van HPB waarvan het aannemelijk is dat HPB die schreef is ongedateerd, maar werd waarschijnlijk ongeveer in 1863 aan haar familieleden geschreven, toen zij iets ouder dan dertig was. Zij had toen al veel gereisd door Kaukasisch Georgië, vooral door bergachtige en woeste streken, en blijkbaar studeerde zij daar bij inlandse tovenaars, kadyani genaamd, als gevolg waarvan zij bekend werd vanwege de genezende en parapsychologische krachten die zij aan het ontwikkelen was. In deze tijd had zij een sjamaan-achtige ervaring, waarin zij een ‘dubbelleven’ leidde. Zij vastte, had lichte verhoging en geraakte gewoonlijk in een soort meditatieve toestand waarin ze, (zoals ze later vertelde) niettemin ‘alles begreep, want ik ijlde nooit’. Zij beschrijft die toestand in de volgende brief aan haar familieleden:

‘Telkens wanneer ik bij mijn naam genoemd werd, deed ik mijn ogen open als ik die hoorde en was ik mezelf, in ieder detail. Zodra ik alleen gelaten werd, gleed ik weer weg in mijn gebruikelijke, half dromende staat en werd ik iemand anders... Wanneer ik werd onderbroken in een gesprek tijdens bovengenoemde toestand – zeg maar halverwege een zin, uitgesproken door mij of één van mijn bezoekers – die natuurlijk onzichtbaar was voor iemand anders, want alleen voor mij waren zij reëel – ging de zin die onderbroken was verder vanaf het woord waarbij dat gebeurde, zodra ik mijn ogen weer dichtdeed. Als ik wakker was en mezelf, herinnerde ik me heel goed wie ik was in die andere toestand en wat ik aan het doen was. Wanneer ik iemand anders was – had ik er geen idee van wie H.P. Blavatsky was. Ik was in een ander, verafgelegen land, een heel andere individualiteit, en had helemaal geen verbinding met mijn feitelijke leven.’

Deze ervaring of training schijnt verscheidene jaren geduurd te hebben en in die tijd had zij maar gedeeltelijke controle over haar eigen zich ontwikkelende vermogens. Maar het bereikte een hoogtepunt, een soort crisis, in 1865, dat een keerpunt in haar leven werd. Als gevolg van haar ervaringen in de Kaukasus in de voorgaande paar jaar kreeg zij steeds meer bewuste controle over haar parapsychologische vermogens, die al sinds haar kindertijd in wisselende mate actief geweest waren, en haar leven ging een nieuwe richting in. In een latere brief van 1 maart 1882 aan prins Dondukov-Korsakov schreef HPB: ‘Tussen de Blavatsky van 1845-1865 en de Blavatsky van de jaren 1865-1882 ligt een onoverbrugbare kloof.’ Nadat HPB uiteindelijk de Kaukasus verliet om naar Italië te gaan in 1865, zou ze er nooit meer terugkeren. Zij drukte haar gevoel van vrijheid en opluchting uit in een brief aan haar familie die waarschijnlijk werd geschreven ongeveer in de tijd dat zij de Kaukasus verliet: ‘Nu zal ik nooit meer onderworpen worden aan uiterlijke invloeden. De laatste sporen van mijn psycho-fysiologische zwakheid zijn verdwenen en komen niet meer terug… Ik ben gereinigd en gezuiverd van die vreselijke aantrekking tot mezelf van verdwaalde spoken en etherische affiniteiten. Ik ben vrij, vrij, dankzij Hen die ik nu ieder uur van mijn leven dankbaar ben.’ Tijdens de volgende vijf jaar reisde HPB door Oost-Europa en het Midden-Oosten. Die jaren worden soms de ‘versluierde jaren’ genoemd, omdat wij zo weinig weten over waar ze in die tijd was of wat ze deed, maar het lijkt alsof ze tijdens haar reizen contact had met de Druzen en andere esoterische en mystieke groeperingen. Tegen 1873 was zij in Parijs, op bezoek bij een neef of nicht en van plan zich daar te vestigen. Maar onverwacht kreeg zij een brief van haar adept-leraar die haar opdroeg naar Amerika te gaan. Als haar leraar sprak, aarzelde HPB niet. Dus binnen twee dagen scheepte zij zich in naar New York, waar ze aankwam op 7 juli, ongeveer een maand voor haar tweeenveertigste verjaardag, en waar zij was voorbestemd haar openbare esoterische werk te beginnen.

Theosofia 107/6 · december 2006        215

De volgende vijfenhalf jaar was de Amerikaanse periode in HPB’s leven en de meeste brieven in deel I van haar correspondentie dateren uit die tijd. Een jaar en drie maanden nadat ze in New York beland was ontmoette HPB Henry Steel Olcott. Zij sloten direct vriendschap (of liever, zij hernieuwden de vriendschap uit vorige levens) die de rest van hun leven zou duren in hun toenmalige incarnaties en die zou leiden tot de Theosophical Society.

Olcott en Blavatsky ontmoetten elkaar op een spiritistische séance en haar eerste gepubliceerde artikel was het resultaat van die ervaring. Spiritisme stond inderdaad op de voorgrond bij HPB’s plannen, daar zij geloofde dat het haar roeping was om twee dingen aan te tonen: 1. Dat echte spiritistische verschijnselen de beperkingen van de materialistische wetenschap uit haar tijd aantoonden en 2. Dat de verschijnselen niet waren wat de spiritisten dachten dat ze waren. Veel van HPB’s vroege correspondentie gaat daarom over spiritisme – de uitdaging die dat bood voor de wetenschap met haar misvattingen en zwakheden.

Eén van haar correspondenten in die tijd was Louisa Andrews, een spiritist. Maar hun correspondentie beperkte zich niet tot dat onderwerp. Louisa schreef HPB over een man die haar beangstigde. HPB’s antwoord was duidelijk bedoeld om de geïntimideerde vrouw een hart onder de riem te steken:

‘Flauwekul! Geachte mevrouw – lieverd – ik tart geest of sterveling, God of de Duivel om gevaarlijk te worden voor mij. Ik ben nooit te temmen geweest en dat zal ook nooit gebeuren. Ik ken geen enkele wil op aarde die niet breekt als glas in het contact of conflict met de mijne.’

Het commentaar van Louisa Andrews aan een gezamenlijke vriend was ‘Wat een vrouw is dat toch!’ Inderdaad, wat een vrouw was zij.

HPB schreef aan haar zuster Vera, waarschijnlijk eind 1875, over het effect van materialisme en valse wetenschap op de toen heersende kijk op de wereld:

‘De mensheid is haar geloof kwijtgeraakt en haar hogere idealen: materialisme en pseudo-wetenschap hebben die gedood. De kinderen van dit tijdsgewricht hebben geen geloof meer; zij eisen bewijzen, bewijzen die gebaseerd zijn op een wetenschappelijke ondergrond – en die zullen ze krijgen. De theosofie, de bron van alle menselijke religies, zal hun die geven.’

Ongeveer in diezelfde tijd was HPB bezig met het schrijven van haar eerste boek, Isis Ontsluierd, en over dat werk schreef ze aan Vera:

‘Welnu, Vera, geloof het of niet, ik voel me betoverd. Je kunt amper geloven in welk een betoverde wereld van afbeeldingen ik leef!… Ik schrijf Isis; niet echt schrijven, veeleer het overschrijven en uittekenen van hetgeen zij persoonlijk mij laat zien. Heus, het lijkt alsof de aloude Godin van de Schoonheid mij in eigen persoon leidt door alle landen van voorbije eeuwen die ik moet beschrijven. Ik zit met open ogen en zo lijkt het, zie en hoor alles in het echt om me heen; en toch zie en hoor ik tegelijkertijd dat wat ik opschrijf. Ik voel me buiten adem; ik ben bang om de kleinste beweging te maken uit angst dat de betovering verbroken wordt… Langzaam drijven eeuw na eeuw, beeld na beeld langs uit het niets en komen aan mij voorbij als in een tover-panorama, en intussen stel ik ze samen in mijn denkvermogen, waarbij ik tijdperken en data in elkaar pas en ik weet absoluut dat er geen vergissing mogelijk is… Je begrijpt, ik ben het niet die dit alles doet, maar mijn Ego, de hoogste beginselen die in mij leven; en zelfs dan met de hulp van mijn goeroe, mijn leraar, die mij overal bij helpt.’

‘… Het lijkt alsof de aloude Godin van de Schoonheid mij in eigen persoon leidt door alle landen van voorbije eeuwen die ik moet beschrijven. Ik zit met open ogen en zo lijkt het, zie en hoor alles in het echt om me heen; en toch zie en hoor ik tegelijkertijd dat wat ik opschrijf. ...’

216        Theosofia 107/6 · december 2006

HPB’s correspondentie weerspiegelt de persoonlijkheid van hen aan wie zij schreef evenzeer als haar eigen. Eén van degenen die aanwezig was bij de aanvankelijke stichting van de Theosophical Society was een Engelsman, Charles C.Massey, een jurist die naar Amerika gekomen was om onderzoek te doen naar de spiritistische verschijnselen waarover kolonel Olcott artikelen en een boek gepubliceerd had. HPB schreef aan Massey op een intellectualistische, wereldwijze en bedekte stijl die heel anders was dan die van veel van haar andere geschriften. Hier volgen een paar stukjes uit een brief van november 1876:

‘Gegroet, gij zoon van het westen, - (einde), adept van het Atheneum, ziener van de Saville; moge uw schaduw nooit slinken maar de Elmo verblinden met zijn nimmer falende schittering… Nu ik van mijn helse boek af ben, verlangt mijn hart naar de trans-Atlantische steun van Jamblicho-Apollinisten en Porphyritico-Hermetici. Betreden zij met steenvaste en vuurvaste zolen het rotsachtige pad van de waarheid, of dwalen zij rond in de verlokkende velden van de zinnen en van jeugdige verbeeldingskracht?

Van alle onzin is de recentste van Cora Trappan de grootste. Heb je haar meesterlijke ontleedproef van het woord occultisme gelezen? Of haar Symbolisme over de moeder, de letter M en de religie van de Alouden? Heus, die vrouw lijkt aan verbomanie te lijden. Zij galoppeert als een razende door de woordenboeken waarbij ze bijvoeglijke naamwoorden, zelfstandige naamwoorden en werkwoorden met twee handen vastklemt als ze langskomt en ze in haar mond propt. Het is een prachtige Niagara van spiritistische onzin…

De crematie van de oude baron [De Palm] zal volgende maand plaatsvinden als er niets tussenkomt. Hij zal er intussen wel fraai uitzien. De kranten beginnen de klokken al te luiden en als alles doorgaat zul je de vrolijkste opwinding te zien krijgen die dit land ooit heeft voortgebracht: ik heb veel zin om mijzelf te cremeren voor het oog van het publiek, tegelijk met hem (of liever met wat er van hem over is, want hij is nu wel veranderd in baronnensoep) en daarna weer te herrijzen als een feniks.’

Isis Ontsluierd werd uitgegeven in 1877, en HPB stuurde een exemplaar aan haar familieleden, met enige schroom, want haar tante (die maar weinig ouder was dan zijzelf) was een gelovige Russisch Orthodoxe Christen. Verscheidene brieven aan deze tante (die meer een zuster voor haar was) zijn een worsteling om te proberen haar HPB’s opvatting over religie uit te leggen, zoals bijvoorbeeld in de volgende passage:

‘Je vergist je, vriendin, als je denkt dat ik slechts “een blik geworpen heb” in de richting van Christus, maar in werkelijkheid naar de Boeddha verlang. Ik kijk regelrecht in de ogen van Christus, alsook in die van Gautama de Boeddha. Dat één van hen vijfentwintig eeuwen geleden leefde en de ander negentien maakt voor mij niet het geringste verschil. Ik zie in beiden de identieke Goddelijke Geest… Christus noch Gautama de Boeddha noch de Hindoe Krishna hebben ooit enige dogma’s gepredikt.’

Toen het eind van deze periode naderde, betrof veel van HPB’s correspondentie mensen in India, waarheen zij van plan was te reizen, en die correspondentie gaat over de gewichtige verandering die op het punt stond te gebeuren in haar leven. Zij en kolonel Olcott verlieten New York per boot aan het eind van 1878. Zij verbleven korte tijd in Engeland en in januari 1879, kort voordat zij scheep gingen in Liverpool om de lange reis naar Bombay te ondernemen, schreef HPB aan haar zuster Vera, waarbij zij haar een aantal foto’s stuurde die in Engeland genomen waren. Dit is de laatste brief in deel I van haar correspondentie:

‘Je begrijpt, ik ben het niet die dit alles doet, maar mijn Ego, de hoogste beginselen die in mij leven; en zelfs dan met de hulp van mijn goeroe, mijn leraar, die mij overal bij helpt.’

Theosofia 107/6 · december 2006        217

‘Ik vertrek naar India. De voorzienigheid alleen weet wat de toekomst voor ons in petto heeft. Mogelijk zijn deze portretten de laatste. Vergeet je zuster niet, die nu zo in de volle betekenis van het woord verweesd is.

Tot ziens. Wij vertrekken uit Liverpool op de 18 e . Mogen de onzichtbare machten jullie allen beschermen!

Ik zal jullie schrijven vanuit Bombay als ik daar ooit aankom.’

Elena’

Deze correspondentie schetst in haar volheid, waarvan slechts enkele fragmenten hier zijn weergegeven, een opmerkelijke vrouw, die betrokken was bij een merkwaardige queeste: tijdloze Wijsheid in de moderne wereld te brengen. Zij was geen heilige, maar zij was toegewijd aan haar missie. Zij had opmerkelijke vermogens, maar zij eiste geen speciale status op voor zichzelf. Zij was beurtelings teder en geestig, bezorgd en scherp, verontwaardigd over fraude en geïnspireerd in haar oproep tot Waarheid. Zoals één van haar leermeesters over haar schreef, zij was niet volmaakt – maar zij was de beste die beschikbaar was. En de brieven die zij schreef laten haar zien in al deze aspecten.

Uit: The Theosophist, januari 2004
Vertaling: A.M.I.

De nog onverkende gebieden
van spiritueel bewustzijn

vormen voor ons een uitdaging om vooruit te gaan. We kunnen nooit meer helemaal tevreden zijn
met onze oude manier van leven.

Joy Mills

218         Theosofia 107/6 · december 2006

Terug naar Theosofische Vereniging Website