Studie, meditatie en dienstbaarheid

Studie is de eerste stap om kennis te verkrijgen die nuttig is voor wereldse doeleinden, maar studie kan ook het verlangen versterken naar een meer diepgaande uiting van innerlijke energieën in ons. Met de juiste kennis wordt het mogelijk dat wij aandacht aan een aspect van onszelf geven, dat daarvóór verborgen was en dat als meditatie naar buiten kan komen. De studie van theosofische beginselen helpt ons vermogen om aandacht te schenken sterker te maken en ons bewuster te worden van de levensprocessen die door universele wetten worden geregeld.

Deze wetten gelden zowel in de subtiele als in de uiterlijke niveaus van manifestatie. Alleen wanneer bepaalde voorwaarden worden geschapen vinden de daarmee samenhangende gevolgen plaats. Daarom hangt innerlijke ontwikkeling niet af van gunsten. Iedereen die eerlijk en met uithoudingsvermogen werkt, en niet toestaat dat zijn verlangen vermindert of verzwakt, zal zien dat zijn poging beloond wordt.

Groei in geestelijk leven komt van binnenuit. Bekende leringen en verschillende aspecten van de natuur kunnen diepere gevoelens in het hart opwekken, dat zuiverder wordt en als gevolg daarvan wordt het denkvermogen ontvankelijker. Het heeft weinig waarde om in verschillende richtingen naar onderricht te zoeken, want zonder het noodzakelijke voorbereidende werk zal er geen resultaat ontstaan. De bereidheid om te veranderen, jezelf voor te bereiden en een onafhankelijke houding zijn essentieel voor geestelijke vooruitgang.

Het denkvermogen moet geleidelijk aan leren om rust te houden, i.p.v. zich door gedachten te laten afleiden, of te handelen zonder bewustzijn. Bewustzijn helpt ons om te onderzoeken en te ontdekken hoe de wetten werken door het proces van harmonieuze evolutie heen en in de verschillende situaties en gebeurtenissen in het dagelijks leven. Men zegt wel dat we verantwoordelijk moeten zijn wanneer we studeren, en moeten leren om orde te brengen in onze benadering van de onderwerpen waarmee we bezig zijn; deze discipline is essentieel om het meeste profijt van onze studie te hebben. Filosofische en spirituele studie gaat niet zozeer over wat andere mensen hebben gezegd of geschreven, of over de ideeën die men in het verleden over welk onderwerp dan ook had, maar over het ontwaken van inzicht. Het resultaat van de studie moet te zien zijn aan toegenomen begrip, affectie en sereniteit in ons leven.

Mercedes Vila Robusté is al vele jaren lid van de Theosofische Vereniging in Spanje.

i-s&s503

Theosofia 107/5 · oktober 2006        183

Meditatie is een soort bevrijding van onze menselijke natuur. Grote dingen kunnen niet zonder opoffering bereikt worden en zij die hun innerlijke aard willen ontwikkelen moeten eerst hun leven, karakter en voertuigen zuiveren. Anders zijn ze niet voorbereid op de beproevingen en testen die in de toekomst kunnen plaatsvinden om op die manier te laten zien wat er in de meditatie ontdekt en begrepen is.

Meditatie bereidt ons ‘ik’ of de ‘persoonlijkheid’ voor op een bewustere relatie met het geestelijk of goddelijk aspect in ons. Dit moet op natuurlijke wijze gebeuren, zonder dat we het plan hebben snel resultaten te bereiken. Belangrijk is om helder inzicht en liefde in ons hart te ontwikkelen. Dan kan men gewaar worden dat er na een handeling, gedachte of probleem een soort stilte ontstaat waaraan het persoonlijke ‘ik’ niet deelneemt, omdat er gedurende de pauze of stilte een toestand bestaat die boven de gedachte uitgaat. Dit innerlijk proces is ook meditatie.

Innerlijke transformatie brengt een verandering teweeg in het verstandelijk vermogen. Dingen die eerst onbelangrijk leken zijn nu belangrijk en begrippen die we in het verleden belangrijk achtten kunnen in feite een belemmering zijn. Meditatie opent de deur naar de latente energie die in ons woont en maakt vitaliteit vrij. We moeten dus erg zorgvuldig met al onze handelingen, wensen en gedachten omgaan, vanwege de grotere verantwoordelijkheid die we hebben verkregen.  Het is waarschijnlijk niet nodig om te zeggen, dat ieder mens mediteert volgens zijn eigen mogelijkheden en op een manier die past bij zijn of haar karakter en aard.

We zouden kunnen zeggen dat alle mensen hun eigen speciale toon hebben. Vroeg of laat zullen de noten samengaan om muzikale akkoorden te maken, geïntegreerd door hun eigen kwaliteiten. Als de noten zuiver en helder zijn, zal het akkoord volmaakt en harmonieus zijn. Elk akkoord overstijgt de individuele toon en zal zich samen met de andere akkoorden manifesteren als een prachtig concert.  Het concert is het resultaat van veel studie, oefening en het zich één voelen met het orkest. Iedereen moet het beste in zich geven voor het grote werk. Je zou inderdaad kunnen zeggen dat dit hele proces het resultaat is van meditatie, vanwege het feit dat wij door meditatie ons karakter en onze deugdzaamheid verbeteren en dissonante akkoorden verwijderen.

Na zo aan ons zelf te hebben gewerkt, voelen we de behoefte om ons met andere mensen of groepen te verbinden om onze muzikale noot te laten harmoniseren met die van hen en iedere dissonant te corrigeren. Dit wordt ervaren als we samen werken met anderen die ook ‘hun innerlijke akkoord’ voorbereiden.

Theosofen voelen de dringende noodzaak samen te werken om het lijden van de mensheid te verlichten en meer vrede en begrip te brengen. De Theosofische Vereniging is een kleine groep vergeleken met het geheel van de mensheid, maar desalniettemin kan zij het lijden in de wereld verminderen als wij alle akkoorden met elkaar in overeenstemming brengen. Ten eerste moet het werk individueel gedaan worden en daarna op het niveau van de loges op een welwillende manier en met een broederlijke houding. De volgende stap is het uitbreiden daarvan naar alle Afdelingen in de wereld, opdat de energie die door hen wordt opgewekt voor het welzijn van de mensheid  Adyar als middelpunt van energie zal bereiken. Adyar functioneert als kanaal voor de distributie van die energie naar de wereld toe. Waarschijnlijk gebeurt dit al, ook al zijn we ons hier niet van bewust, onder leiding van de Groten die de evolutie en bescherming van de mensheid en van onze planeet als hun werk hebben.

184        Theosofia 107/5 · oktober 2006

Alle goede gedachten, gevoelens, studie en liefde in ieder mens worden gebruikt ten bate van het geheel. Dan ontstaat er innerlijk evenwicht, rust, stilte in het hart, waardigheid en tegelijkertijd een gevoel van humor! Nadat we aandacht, observatie en meditatie beoefend hebben, kunnen we spontaner onze dienst aanbieden zonder dat we daarvoor enige beloning verwachten.

Een gevoel van vriendelijkheid en sympathie is deel van de voorbereiding tot dienstbaarheid. Er wordt gezegd in Aan de voeten van de Meester:

‘Hij die op het Pad is, bestaat niet voor zichzelf, maar voor anderen. Hij heeft zichzelf vergeten, opdat hij hen moge dienen.’

Een gevoelig mens kan voelen wanneer er iemand geholpen moet worden en is bereid om op het juiste moment hulp te geven. Maar het is ook nodig om onderscheidingsvermogen te gebruiken in het dienen, omdat het soms beter is niet tussenbeide te komen, als we ons ervan bewust zijn dat de persoon in kwestie de situatie, zij het met moeite, aankan, omdat het resultaat dan heilzamer voor hem kan zijn. We moeten het juiste doen op de juiste tijd. Naar iemand stil en beleefd luisteren is ook een goede dienst.

Soms kan het gebeuren dat een klein licht een grote kamer of situatie verlicht. Een kleine dienst kan heilzaam zijn en helderheid verschaffen temidden  van egoisme en onwetendheid en de kracht van onze liefde doen toenemen.

Krishnamurti heeft gezegd dat meditatie het leeg zijn van het denkvermogen is; gedachte en gevoel verspillen energie, omdat zij zichzelf herhalen en mechanisch zijn. Meditatie is de schoonheid van de stilte. Er is noch een begin noch een einde. Omdat er niets bereikt hoeft te worden, is er geen opeenstapeling, noch verzaking; het is een beweging zonder doel, voorbij  tijd en ruimte. Meditatie is tot bloei komen zonder wortels, wat betekent: sterven. De dood is het tot bloei komen van het nieuwe.


Uit: The Theosophist, april 2003
Vertaling: EKB


Alleen een spiritueel rijp iemand met diep inzicht is in staat de ware aard van het eindige 

in zijn uniekheid van zijn momentane verschijning in te zien.

Daarom zijn slechts de grootsten onder ons
in staat de eenvoudige dingen des levens
in hun ware diepte en betekenis te begrijpen.


Lama Govinda

Theosofia 107/5 · oktober 2006        185

Terug naar Theosofische Vereniging Website