De waarde van een ideaal

Een ideaal is een vast mentaal begrip dat inspireert en dat gevormd is als leidraad voor het gedrag; het vormen van een ideaal is een van de meest effectieve middelen om het verlangen te beïnvloeden.

Het ideaal kan al of niet belichaamd worden in een mens, afhankelijk van het temperament van de mens die het vormt en men moet er altijd aan denken dat de waarde van een ideaal voor een groot deel afhangt van de aantrekkelijkheid ervan en dat dat wat het ene temperament aantrekt absoluut niet een ander temperament hoeft aan te trekken. Een abstract en een persoonlijk ideaal zijn beide even goed, vanuit een algemeen standpunt bekeken, en dat ideaal zou gekozen moeten worden wat voor de persoon die de keuze maakt het meest aantrekkelijk is. Iemand die intellectueel van aard is, zal gewoonlijk een abstract ideaal prettiger vinden; terwijl iemand die emotioneel van aard is zijn ideaal concreet gestalte zal willen geven. Het nadeel van het abstracte ideaal is dat het vaak niet inspirerend werkt; het nadeel van de concrete belichaming is dat de belichaming vaak niet in overeenstemming is met het ideaal.

Het denkvermogen schept natuurlijk het ideaal en laat het ofwel een abstractie blijven, of belichaamt het in een persoon. De tijd die men moet kiezen voor het scheppen van een ideaal zou een tijd moeten zijn wanneer het denken kalm, gelijkmatig en helder is, wanneer de aard van het verlangen slaapt. Dan zou de Denker het doel van zijn leven moeten overwegen, het doel waarnaar hij streeft en met dit als leidraad voor zijn keuze, zou hij de eigenschappen moeten kiezen die voor hem noodzakelijk zijn om dat doel te kunnen bereiken.

f-besant1

140        Theosofia 107/4 · augustus 2006

Deze eigenschappen zou hij moeten samenvoegen tot een enkel begrip waarbij hij zich deze integratie van eigenschappen die hij nodig heeft  zo sterk als hij kan voorstelt. Hij zou dit integrerende proces dagelijks moeten herhalen, totdat zijn ideaal hem heel duidelijk voor de geest staat, begiftigd  met alle schoonheid van verheven gedachten en van een edel karakter, een beeld van fascinerende aantrekkelijkheid. De intellectuele mens zal dit ideaal als een zuiver concept houden.

De emotionele mens zal het belichamen in een persoon, zoals de Boeddha, de Christus, Sri Krishna of een andere goddelijke Leraar. In dit laatste geval zal hij, zo mogelijk, diens leven bestuderen, zijn leer, zijn handelingen en zo zal het ideaal steeds sterker belevendigd worden, steeds werkelijker worden voor de Denker. Een intense liefde zal er voor dit belichaamde ideaal in het hart opspringen en het Verlangen zal armen vol hunkering uitstrekken om het te omhelzen.  En wanneer de verleiding toeslaat en de lagere begeerten op bevrediging aandringen, dan zal de aantrekkingskracht van het ideaal zichzelf handhaven; het verhevener verlangen verslaat het lagere verlangen en de Denker ziet dat hij weer kracht krijgt door het juiste verlangen, doordat de negatieve kracht van de herinnering die zegt: ‘Blijf verre van het lagere’  versterkt wordt door de positieve kracht van het ideaal, dat zegt: ‘Volbreng wat heldhaftig is.’

De mens die doorgaans met een groot ideaal leeft, wordt gewapend tegen verkeerde verlangens door liefde voor zijn ideaal, door de schaamte om in tegenwoordigheid ervan minderwaardig te zijn, door het verlangen om te lijken op dat wat hij aanbidt en ook door de algemene gang en trend van zijn denken aan verheven dingen. Verkeerde verlangens worden hoe langer hoe meer misplaatst. Zij sterven een natuurlijke dood, omdat zij niet in die zuivere heldere lucht kunnen ademhalen.

Het is misschien de moeite waard om hier, met het oog op de vernietigende resultaten van de historische kritiek op het denken van mensen, het volgende op te merken: de waarde van de ideale Christus, de ideale Boeddha, de ideale Krishna wordt  geenszins geschonden door gebrek aan historische gegevens, door het ontbreken van bewijs voor de authenticiteit van een manuscript. Veel van de verhalen die verteld worden zijn misschien historisch niet waar, maar zij zijn ethisch en levensecht waar. Of deze gebeurtenis in het stoffelijk leven van deze Leraar plaatsvond of niet is niet zo belangrijk; het effect van zo’n ideaal mens op zijn omgeving is altijd helemaal waar.

De geschriften van de wereld geven spirituele feiten weer, ongeacht of de fysieke gebeurtenissen al dan niet historisch waar zijn.

De Gedachte kan aldus het Verlangen vormen en leiden en het van een vijand in een bondgenoot veranderen. Door de richting van het Verlangen te veranderen, wordt het een omhooggaande en versnellende kracht in plaats van een kracht die vertraagt, en daar waar het verlangen naar voorwerpen ons vasthield in de modder van de aarde, daar heft het verlangen naar het ideaal ons op sterke vleugels op naar de hemel.

Herdruk van ‘Een studie in bewustzijn

The Theosophical Publishing House, Adyar.

Vertaling: EKB.

Theosofia 107/4 · augustus 2006        141

Terug naar Theosofische Vereniging Website