Theosofie in een nieuwe toonzetting: de toekomst van de Theosofische Vereniging

John Algeo

Aan het einde van haar leven keek H.P. Blavatsky met toenemende bezorgdheid vooruit naar de toekomst van de Vereniging die zij en Kolonel Olcott zo’n vijftien jaar eerder hadden opgericht en in de tussentijd hadden gekoesterd. Zij richtte zich op verscheidene manieren op de vraag van de toekomst van de Vereniging, voornamelijk in het slothoofdstuk van een van de twee laatste boeken die zij schreef, De Sleutel tot de Theosofie.

Wat HPB geschreven zou hebben als zij op dit moment geleefd had, kunnen wij niet bevroeden. Maar met de kennis van honderdtien jaar extra die wij nu hebben en ook het vooruitzicht, niet alleen van een nieuwe eeuw maar van een nieuw millennium alsook het bewustzijn van de sociale en culturele veranderingen van de afgelopen eeuw, zou zij zeker meer te zeggen gehad hebben.

Het nu volgende probeert niet te raden welke denkbeelden HPB er misschien op nagehouden had bij de overgang naar de 21e eeuw, maar gebruikt eigenlijk meer de formule van De Sleutel om een aantal van dezelfde vragen te bekijken waar zij over nagedacht heeft, en ook een aantal aanverwante vragen die ons tegenwoordig zorgen baren. De theosoof uit deze dialoog is niet de theosoof uit HPB’s tijdsgewricht, maar misschien een achter-achterkleinkind, die niet zo veel weet als zijn voorouder, maar die respect heeft voor de wijsheid van die voorouder.


Belangstellende: Vertel eens, wat verwacht u voor de theosofie in de toekomst?

Theosoof: In de toekomst zal de theosofie nog steeds zijn wat zij in het verleden geweest is. In zekere zin is de theosofie de aloude wijsheid, de wijsheidstraditie, de geheime leer, de eeuwigdurende filosofie van alle tijden. Het is de tijdloze waarheid, ontdekt door de oude wijzen en door hen doorgegeven aan hun opvolgers in een ononderbroken, zij het onzichtbare, keten die zich uitstrekt van het oerverleden tot in onze tijd. Zoals de Maha Chohan zei, het is de ‘enige ware’ leerstelling; het is de ‘altijddurende waarheid’, zoals H.P. Blavatsky het noemde. Als zodanig kan het nooit verloren gaan.

Wanneer vandaag alle kennis van die wijsheid van de aardbodem geveegd zou worden - alle boeken erover verbrand, alle mensen die ervan afweten geëlimineerd - dan zou het morgen weer boven water komen. Want die wijsheid is niet beperkt tot boekengeleerdheid, noch is zij alleen maar deel van ons bewuste denken. Zij is veeleer ingebed in het onbewuste of bovenbewuste denken van ieder mens als deel van ons gemeenschappelijk menselijk erfdeel. En omdat zij een deel van ons is, moet en zal ieder van ons haar opnieuw voor zichzelf ontdekken. Als gevolg hiervan is haar toekomst verzekerd.

B: U zegt dat theosofie, in zekere zin, nooit verloren kan gaan. Kan het in een andere zin verloren gaan?

Theosoof: Natuurlijk. Theosofie, als de wijsheidstraditie, moet uitgedrukt worden in de vorm en stijl van een bepaalde tijd en cultuur. De wijsheid moet vertaald worden in de taal die een bepaalde gemeenschap begrijpt. Er zijn veel van zulke uitdrukkingsvormen geweest in de loop der eeuwen, en in de toekomst zullen dat er evenzoveel zijn.

Dat zijn onder andere geweest de Soefi- traditie van de Islam, de Kabbalistische traditie van het Judaïsme en de Rozekruiserstraditie van Europa in de Renaissance. Meer in het bijzonder heeft er een aantal ‘theosofieën’ (als zodanig geïdentificeerd met naam en toenaam) bestaan door de eeuwen heen. Er was er een in het aloude Alexandrië, onder de Neoplatonisten in die stad; er bestond een andere in het christelijke Europa in een groep waarvan Jakob Boehme een leidende figuur was. Er was er nog een in het 18e eeuwse Engeland, onder bestudeerders van de geschriften van Emmanuel Swedenborg, die een groep opzette die zich de ‘Theosofische Vereniging’ noemde, die later hernoemd werd tot ‘De Kerk van het Nieuwe Jeruzalem’. En dan is er nog onze eigen Theosofische Vereniging, die zeker geen kerk is, opgericht in New York in 1875.

Al deze bijzondere uitdrukkingsvormen van de grote theosofische Wijsheidstraditie worden geboren, groeien en sterven uiteindelijk, zoals alles wat bestaat in de wereld van manifestatie. Theosofie als Wijsheidstraditie is onsterfelijk omdat zij deze wereld overstijgt. Theosofie als een bepaalde uitdrukking van de Wijsheidstraditie op een specifieke tijd en plaats is onderworpen aan de wetten van verandering en oplossing die alle aardse dingen besturen.


B: Nu, in feite wilde ik u vragen over de vooruitzichten van de Theosofische Vereniging en haar theosofie. Wat is hun toekomst?

Theosoof: De toekomst van de Theosofische Vereniging en van de theosofie die zij in de wereld gebracht heeft, zal vrijwel geheel afhangen van de mate van onzelfzuchtigheid, toewijding en tenslotte van de mate van flexibiliteit en kennis van die leden van de Vereniging wiens dharma het zal zijn om het werk voort te zetten en richting te geven aan de Vereniging in de komende eeuw.

B: Het belang van het feit dat zij onzelfzuchtig en toegewijd zijn is zonneklaar, maar ik zie niet in hoe ‘flexibiliteit’ en ‘kennis’ even belangrijk kunnen zijn als de andere eigenschappen. De boeken geven toch zeker al meer informatie dan de meeste mensen kunnen absorberen of zich aan kunnen aanpassen?

Theosoof: Ik heb het niet over informatie. Ik heb het over het vermogen om  wat essentieel is in de theosofische boodschap te onderscheiden van wat oppervlakkig is, en ook over de flexibiliteit om de uitdrukkingsvorm van de theosofische essentialia aan te passen aan een nieuwe tijd en begripsvermogen. Mevrouw Blavatsky sprak al meer dan 100 jaar geleden over de grote noodzaak van ‘onbevooroordeeld en helder oordelen’. Zij zei dat ‘iedere poging zoals de Theosofische Vereniging tot nu toe mislukt is, omdat zij vroeg of laat gedegenereerd is tot een sekte, haar eigen onwrikbare dogma’s produceerde en aldus bijna onmerkbaar die vitaliteit verloor die alleen de levende waarheid kan afgeven’.

In feite moet de Vereniging twee uitdagingen het hoofd bieden, en wel door de gulden middenweg te bewandelen. De ene is die welke Mevrouw Blavatsky al aangaf: degeneratie tot een gesloten groep mensen die de werken van een of ander particuliere soort geschriften uitgeven, bestuderen en prediken, zoals de woorden van Mevrouw Blavatsky zelf, de brieven van haar mahatmische leraren, of de geschriften van anderen die ‘gecanoniseerd’ zijn als theosofisch orthodox. Dit is wat de christenen de zonde van afgoderij noemen - bij vergissing denken dat het beeld de realiteit is. Het is het veronderstellen dat ‘echte theosofie’ beperkt is tot een bepaald vast corpus van woorden of ideeën. Het is theosofisch fundamentalisme.


B: Ik heb een keer gehoord dat Martin Marty, de grote geleerde van de Universiteit van Chicago, sprak over fundamentalisme, en hij zei dat er geen theosofische fundamentalisten konden zijn vanwege het open karakter van de Vereniging.

Theosoof: Natuurlijk zou professor Marty gelijk moeten hebben, maar hij was blijkbaar onbekend met leden van de Vereniging van een bepaald soort dat HPB in gedachten had, diegenen wiens ‘oordeel maar al te waarschijnlijk is verdraaid en onbewust bevooroordeeld’ door de dogmatische houding van hun achtergrond. Zij zei dat als wij ‘niet vrij kunnen zijn van zo’n inherent vooroordeel, wij tenminste moeten leren het onmiddellijk te herkennen en aldus te vermijden erdoor van de wijs gebracht te worden, want anders zullen wij onze sektarische houding overbrengen op de theosofie, en als gevolg daarvan ‘zal de Vereniging afdrijven naar een of andere zandbank van denkbeelden, en daar achterblijven als een gestrand karkas om er te beschimmelen en te sterven’.


B: Hoe kan de Vereniging dat noodlot ontlopen?

Theosoof: Zij heeft al stappen genomen om dat te doen in haar verklaringen van ‘Vrijheid van denken’, die afgedrukt worden in elk exemplaar van The

Theosophist. En iedere theosoof moet de woorden van John Milton ter harte nemen, die hij schreef aan de Algemene Vergadering van de Church of Scotland: ‘Ik smeek u, in Christusnaam, houdt er rekening mee dat u zich vergist’. Wat wij ook maar denken of geloven, wij moeten er rekening mee houden dat wij ons misschien vergissen. De waarheid is vaak anders dan onze gedachten en wat wij geloven.


B: Maar u noemde twee uitdagingen. Wat is de tweede?

Theosoof: De tweede uitdaging die de Vereniging het hoofd moet bieden is het tegenovergestelde van de eerste. Het is het ineenzakken tot een organisatie van algemeen belang, waarvan het enige doel is een forum te bieden voor haar leden om te doen waar ze toevallig in geïnteresseerd zijn. De theosofie is een heldere wereldvisie en manier van leven. Theosofie is alles, maar niet alles is theosofie. In zijn opmerkingen over de Theosofische Vereniging, die wel haar ‘innerlijk charter’ genoemd zijn, waarschuwde de Maha Chohan voor ‘het steeds toenemende triomferen en tezelfdertijd misbruiken van vrije gedachten en vrijheid’. Vrije gedachten en vrijheid zijn goede dingen; maar goede dingen kunnen geperverteerd worden door overdreven en verdraaid te worden. De uitdaging van het ‘misbruik van vrije gedachten en vrijheid’ is helemaal geen focus.

B: Hoe stelt u dan voor dat wij aan de ene kant fundamentalisme vermijden en aan de andere kant het misbruik van vrijheid vermijden?

Theosoof: Door vast te houden aan de essentiële ideeën van de Wijsheidstraditie van de theosofie, zoals zij tot ons gebracht zijn door onze Stichters en hun leraren en vervolgens ontwikkeld en opnieuw toegepast door de generaties die na hen kwamen. Maar ook door onszelf ertoe te brengen om die denkbeelden en idealen voor onze tijd opnieuw te formuleren. Door geen afgodenaanbidders te worden van het woord, maar toegewijden aan de Wijsheid. Door niet gevangen te worden door dode metaforen of verouderde wetenschap maar het volgen van de aanbeveling van de Maha Chohan om ‘directe afleidingen te maken die gededuceerd zijn van en bevestigd worden door het bewijs dat verschaft wordt door de moderne exacte wetenschap’.

B: Maar wat doet U wanneer de moderne wetenschap en traditionele theosofische ideeën met elkaar in conflict komen?

Theosoof: In zulke gevallen moeten wij besluiten of het conflict een kwestie is van basale veronderstellingen over de manier waarop de wereld in elkaar zit, of een kwestie is van bepaalde details en feiten. Als het conflict over basale veronderstellingen gaat - zoals of het bewustzijn een bijprodukt is van de materie of een realiteit die nauw verbonden is, maar niet afgeleid is van de materie - moeten wij respectvol van mening blijven verschillen met de metafysica die sommige wetenschappers voor waar aannemen (ofschoon dit in feite niets te maken heeft met wetenschap). Als het conflict gaat over feitelijke details over bepaalde dingen - zoals of er ooit een continent lag midden in de Atlantische oceaan, tussen Europa en Amerika - moeten wij beslissen of wetenschappelijk bewijsmateriaal of de theosofische traditie die wij hebben geërfd, juist is. En wij moeten bereid zijn om denkbeelden waartegen wetenschappelijk bewijs gevonden is te laten varen, bij te stellen of tenminste te bevriezen.

B: Dus u beschouwt niet alles in de theosofische geschriften als onfeilbaar juist?

Theosoof: Zeer zeker niet. De basisprincipes van de eenheid van alle bestaan, de cyclische geordendheid van het universum en de doelmatigheid van evolutionaire ontwikkeling zijn theosofische axioma’s die onweerlegbaar zijn. Zij zijn de ‘enige ware’ leer van de Maha Chohan en de ‘eeuwigdurende Waarheid’ van Blavatsky. Maar veel van de gedetailleerde ideeën die deze basisprincipes uitdrukken zijn metaforen, geen letterlijke feitenbeschrijvingen. Wij kunnen niet altijd zeker weten of een bepaalde bewering in de theosofische geschriften een metafoor is, de letterlijke waarheid of een vergissing. Maar over al dat soort dingen proberen wij een open denkvermogen te bewaren (wat een van de Gulden Treden is op weg naar de Tempel van Goddelijke Wijsheid). Tenslotte zijn wij een organisatie waarvan het motto is ‘Geen godsdienst (of meer algemeen gesteld ‘leerstelling’) boven Waarheid’. Iets anders te veronderstellen is fundamentalistisch zijn.

B: Maar stel dat aan de twee uitdagingen van fundamentalisme en het misbruik van vrijheid allebei tegemoet gekomen is, wat dan?

Theosoof: Aan het einde van de vorige eeuw zei HPB dat, als men de uitdagingen van haar tijd het hoofd kon bieden,

‘Dan zal de Vereniging de 20e eeuw door blijven voortleven. Zij zal langzamerhand met haar onbekrompen en edele ideeën omtrent Godsdienst, Plicht en Mensenliefde tot de grote massa denkende en intelligente mensen doordringen. Langzaam maar zeker zal zij de ijzeren boeien van geloofsvormen en dogma’s, van maatschappelijke en kastevooroordelen verbreken; zij zal de antipathieën en slagbomen tussen rassen en volkeren doen verdwijnen en de weg openen tot de praktische verwezenlijking van de Broederschap aller mensen. Door haar leringen, door de wijsbegeerte, die zij voor de moderne denker toegankelijk en verstaanbaar heeft gemaakt, zal het Westen  het Oosten leren verstaan en op zijn juiste waarde leren schatten. …De verstandelijke en psychische groei van de mensen zal in harmonie met zijn zedelijke vooruitgang toenemen, terwijl zijn stoffelijke omgeving de vrede en broederlijke welwillendheid zal weerspiegelen, welke in zijn denken de plaats van tweedracht en strijd, die thans alom heersen, zullen innemen’.1

B: Dat is beslist een aantrekkelijk beeld! Maar denkt u dat u dat voor elkaar gekregen hebt in de zojuist afgelopen eeuw?

Theosoof: Natuurlijk niet. Maar in de afgelopen 125 jaar heeft de Vereniging een grotere bijdrage geleverd dan de meeste mensen beseffen aan kunst, wetenschap, religie en filosofie. Bovendien hebben theosofen iets veranderd in de innerlijke cultuur van de planeet. Zij hebben ertoe bijgedragen de sfeer van gedachten, gevoelens en intenties die wij allen delen, te modelleren. HPB zei dat de effecten van het werk van de Vereniging ‘geleidelijk aan’ gedachten en gedragspatronen van de mensheid zou ‘doordesemen en doordringen’ - niet ze binnen een dag veranderen of zelfs maar binnen een eeuw. Maar de Vereniging heeft ze veranderd en zal dat blijven doen.

De spirituele vooruitgang van de mensheid gaat door, niet in een rechte lijn of in stappen van gelijke grootte, maar in cycli. Periodiek inspireert een stortvloed van spiritualiteit of mystiek de wereld. Zij brengt de tijdloze Wijsheidstraditie in een nieuwe vorm of op een nieuwe manier.

B: Wat heeft dat te maken met de toekomst van de Theosofische Vereniging?

Theosoof: De Theosofische Vereniging werd gesticht aan het eind van de 19e eeuw als deel van de spirituele stortvloed van die tijd. Sindsdien heeft de Vereniging veel wortels neergelaten in de vorm van andere organisaties die er al dan niet rechtstreeks van afstammen. Zij heeft ideeën en attitudes die deel zijn geworden van de hoofdstromingen der cultuur overal verspreid. Daarbij heeft zij de wereld voorbereid op verdere spirituele stortvloeden. Zij zal doorgaan met het vervullen van haar rol als dienares van een kern voor het verspreiden van kennis van de Wijsheidstraditie en voor het aantrekken van individuen naar de groep dienaren die de Wijsheid ontvangen, aanpassen en overbrengen aan nieuwe generaties.

HPB voorspelde dat ‘als de Theosofische Vereniging in leven blijft, en gedurende de volgende honderd jaar leeft volgens haar opdracht, volgens haar oorspronkelijke impulsen… dan zal de aarde een hemel zijn in de 21e eeuw vergeleken met wat zij nu is!’. Wij beginnen nu aan de 21e eeuw, en het is het dharma van de huidige leden van de Vereniging om er op toe te zien dat zij in leven blijft en wel overeenkomstig haar opdracht, zodat hetzelfde gezegd kan worden over de 22e eeuw.

NON FINIS SED INITIUM

GEEN EINDE MAAR EEN BEGIN

Noten

1. De Sleutel tot de Theosophie, H.P. Blavatsky, J.Couvreur, Postbox 307, ‘s Gravenhage, Besluit, p. 234.

Uit: The Theosophist, November 2000
Vert.: A.M.I.

Terug naar het tijdschrift Theosofia